Je streeft als manager natuurlijk naar een open werksfeer. Waar de mensen in jouw team zich vrij voelen en hun professionele mening en ideeën geven.
Je ervaart echter regelmatig het tegenovergestelde: behoedzaamheid. Onderlinge problemen worden niet benoemd en confrontaties vermeden. Dat kan even comfortabel voelen maar is natuurlijk voor geen enkele organisatie, manager of medewerker bevorderlijk. Je maakt geen gebruik van alle aanwezige vermogens en grote kans dat jouw werkdruk steeds groter wordt.
In deze tijd, aan je geïmproviseerde werktafel op je slaapkamer, in plaats van met elkaar in een vergaderruimte of in de koffiehoek, is dat nog een tikje lastiger.
Zes Common Sense tips hoe je kwetsbaar en krachtig het overleg voert en de aanpak van problemen zienderogen verbetert.

 

Tip 1: Maak je problemen ‘sociaal’

Zeg eens eerlijk, hoe vind jij het om echte problemen bespreekbaar te maken? Het valt namelijk niet mee om ze onder woorden te brengen, in je team te bespreken en samen te beleven.  Een gevoel van kwetsbaarheid en licht onvermogen bekruipt dan toch menig manager. Toch is dit in jouw enige weg naar een oplossing of in ieder geval een ontwikkeling van het probleem.

Ons advies: maak problemen sociaal! Ga werken aan je problemen in communicatie met anderen, zoals de mensen met wie je samenwerkt. Zo zorg je voor een situatie waarin de kennis, ervaring, invallen en intuïtie van je hele team en de individuele leden tot je beschikking staan. Hoe socialer jij het probleem maakt, hoe beter eraan gewerkt kan worden. Wat zijn de stappen die je daartoe kan nemen? Lees dan even verder!

Tip 2: Leg alles open op tafel

Natuurlijk wil je problemen sociaal maken en je probeert het uit alle macht. Maar het geeft altijd zo’n gedoe. Hoe houd je focus in dat overleg, hoe zorg je dat het ergens naar toe gaat? Je merkt dat jullie het niet snel met elkaar eens zijn en er wordt gezeurd, geklaagd en gemopperd.
In het slechtste geval houden je medewerkers op met reageren. Ze communiceren niet meer en doen gewoon wat gevraagd wordt. De kans is groot dat dit toch jouw verantwoordelijkheid is. Waarschijnlijk onbewust maar toch ligt een groot aandeel daarin bij jou.

Ons advies: vraag je oprecht af hoe open, integer en concreet je werkelijk bent. Naar jezelf, naar je team of anderen met wie je je problemen bespreekt. Dit zijn belangrijke voorwaarden om in communicatie met anderen aan problemen te werken. Pas als je alles op tafel legt – hoe kwetsbaar, onveilig dat ook kan voelen- man en paard benoemt en aannames van feiten kan scheiden… dàn kun je problemen werkelijk sociaal maken. Je bent op weg naar een grondige en werkbare analyse!

Tip 3: Omarm het probleem, schiet niet meteen in de actiestand

Problemen zijn enge dingen en het liefst wil je er zo snel mogelijk van af. Maar is het niet zo dat een (snelle) oplossing regelmatig de dood in de pot is? Dat daarmee de ontwikkeling van het probleem en het overleg hierover stoppen? En ben je je wel bewust van de complexiteit en diversiteit van het probleem? Dit negeren is wel zo gemakkelijk, toch? Dan kun je tenminste verder.

Ons advies: onderken de complexiteit van een probleem. Wees bereid en néém de tijd om alle aspecten te onderzoeken en pak het probleem vervolgens in zijn volle omvang aan, in communicatie met je team. Vermijd het lekkere gevoel even dat versimpeling of een oplossing je schijnbaar biedt. Wij weten uit ervaring dat de tijd die het kost om een probleem in ontwikkeling te brengen (er in alle eerlijkheid en rust met elkaar over te hebben) een andere barrière is. Ervaar jij ook die weerstand bij jezelf of anderen? Dat je ongeduldig wordt, in de actiestand wilt staan? Bedenk hoeveel tijd het kost als je met een halve analyse en een halve oplossing aan het werk gaat.

Tip 4: Stap niet in de valkuil om alle onzekerheid snel te willen reduceren

Managers zorgen voor oplossingen en actie. Dat is het overheersende beeld. Dat wordt meestal veroorzaakt door de behoefte om onzekerheid te reduceren. Maak jij ook wel eens plannen en beheersingsmodellen om de schijn van controle op te houden? Op zich is daar niets mis mee. Behalve als je de analyse waarop je deze plannen en modellen baseert als eindpunt beschouwt. Het probleem is bekend, heerlijk. Je kan je nu uitleven op de oplossing en het gevoel van onzekerheid, onbehagen of niet ‘in control’ zijn achter je laten.

Ons advies: beschouw je concrete analyse- waar zo hard is voor gewerkt- niet als het eindpunt, maar juist als het begin van het overleg.
Wees je bewust dat het proces van onderzoek en ontwikkeling stopt wanneer je je zeker begint te voelen en gemak ervaart. Blijf scherp, alert want in de uitvoeringsfase ontstaan vast weer andere problemen en is weer regelmatig sociaal overleg nodig. Als het allemaal zo makkelijk was dan had je in de eerste plaats al geen probleem.

Tip 5: Deel je onzekerheid

Heb jij ook de neiging om dat vervelende gevoel van ‘het niet weten’ weg te moffelen wanneer je een probleem bespreekt? Van jou wordt natuurlijk verwacht dat je weet hoe het zit en wat er moet gebeuren.

Ons advies: wees een held en zeg dat jij het ook niet weet. Onderdruk je drang naar duidelijkheid als die er niet is en aanvaard dat je je in een ambigue en onzekere situatie bevindt. Je schijngevoel van controle of welbehagen is daarmee weliswaar volledig verdwenen, maar je krijgt er een enorme opluchting en gezamenlijk besef voor terug. Wat je wel als verantwoordelijkheid hebt is het overleg gaan organiseren om het probleem in ontwikkeling te brengen.
Lees hier meer over hoe je de communicatie voor een goede samenwerking organiseert.

Tip 6: Begin en doe het openlijk

Het klinkt allemaal erg leuk, dat sociaal maken van problemen. Maar hoe zit het met de medewerkers waar je leiding aan geeft? Het is logisch dat je wat afwachtend bent over hun inzet om in communicatie met jou aan problemen te werken. Jij en zij hebben dat nog nooit zo gedaan. Houd er rekening mee dat je medewerkers mogelijk een houding van ‘niet reageren’ hebben ontwikkeld.

Ons advies: probeer het gewoon een keer. Vertel je team wat je van plan bent, waarom en gebruik daarbij tip 1 tot en met 5. Misschien is het een idee om je mensen deze tips te laten lezen en nodig ze uit om erop te reageren. Vertel waar je mee zit en sta ook toe dat zij situaties en problemen benoemen, alles wat van belang is inbrengen, vragen stellen en hun mening geven.

Succes!

Jasper Doornbos

Kwetsbaarheid: de beste weg naar leiderschap

Het prachtige, hartveroverende boek ‘De kracht van kwetsbaarheid’ legt precies uit waarom oprechtheid de enige weg is. Collega Werner werd diep geïnspireerd door deze bestseller en schreef een prachtige blog over de waarde van de inzichten van schrijfster Brené Brown.

Abonneer je nu op op onze nieuwsbrief

Elke maand de bundeling van onze tips, blogs van de managementvloer, inspirerende gastbloggers en tips over dé managementliteratuur in je mail? Schrijf je hier  in!

“Ah. Dat werkt hier toch niet!”, riep Frits toen ik voorstelde om in het vervolg de vergadering voor te bereiden en met elkaar af te spreken welke onderwerpen we wilden behandelen. Ik vroeg hem of dat al eens eerder was geprobeerd en waarom dit dan niet had gewerkt. Maar daar kreeg ik geen antwoord op. Hij herhaalde, met andere woorden, zijn reactie: “Probeer het maar niet want het zal mislukken.” Frits zat achterover in zijn stoel, de benen gestrekt. Zijn collega’s keken gespannen naar hun schermen. Geen bijval, maar ook geen ontkenning. Hij keek me tevreden aan. En ik vroeg me vertwijfeld af wat daar achter zat.

Netelige vraagstukken

Er zijn veel vraagstukken in organisaties die we als ‘netelig’ kunnen bestempelen. Problemen die maar blijven bestaan, ondanks allerlei initiatieven die worden genomen om ze ‘eens en voor altijd’ aan te pakken. Issues waar meerdere mensen hun tanden op hebben stuk gebeten. Hoe kan dat? Wat maakt deze problemen zo taai (Vermaak, 2009)?
Een poosje geleden stuitte ik op het werk van Costa (2011). Zij beschrijft in haar boek ‘The Watchman’s Rattle’ de complexiteit van de problematiek waarmee we in onze samenlevingen worden geconfronteerd. En wat ervoor nodig is om deze aan te pakken. Zij maakt melding van vijf belemmerende basis overtuigingen (Schein, 2017) die een verklaring kunnen bieden voor het netelige karakter van problemen.
Ik voel me zo vrij om deze te vertalen van maatschappelijke uitdagingen naar organisatieproblemen. En in deze blog combineer ik inzichten van verschillende auteurs tot een pragmatische aanpak die je iedere dag kunt toepassen.

Vijf belemmerende basis overtuigingen

  1. Oppositie voeren zonder argumentatie en zonder alternatief

Een veel voorkomende belemmering in het analyseren van problemen en het ontwikkelen van oplossingen is een cultuur van ‘tegen’ zijn, zonder steekhoudende argumentatie, en zonder alternatieven aan te dragen. Deze belemmering manifesteert zich als het afwijzen, bekritiseren, onderdrukken, negeren, verkeerd representeren, marginaliseren en weerstand bieden tegen rationele oplossingen. Het wordt een belemmerende overtuiging als dit gedrag door de organisatie als norm wordt geaccepteerd. De reactie van Frits kunnen we hier onder scharen.

  1. De zoektocht naar een zondebok is altijd succesvol

Het personaliseren van schuld houdt in dat de oplossing van complexe, systemische problemen wordt gezocht in het verantwoordelijk houden van één of meer individuen. Het probleem zal zijn opgelost, zo is de overtuiging, als deze individuen de schuld hebben gekregen en van hun positie zijn verwijderd. Er bestaat een tweede variant: zorg ervoor dat je zelf niet de zondebok wordt. Dus je doet iets niet omdat je anders geslachtofferd zal worden. De in 2011 overleden Amerikaanse zakenman Robert Half zei: “The search for someone to blame is always succesful.” Bij het vaststellen van een data-lek, bijvoorbeeld, gaan we op zoek naar degene die dit veroorzaakt heeft. En die zetten we buitenspel. Maar is dit altijd terecht?

  1. Misplaatste causale verbanden

Als twee gebeurtenissen na elkaar plaats vinden zijn we nogal eens geneigd zijn deze met elkaar in verband te brengen. Sterker nog, we stappen soms in de valkuil dat we een oorzakelijk verband zoeken. De eerste gebeurtenis veroorzaakt dan de tweede. Maar klopt dit wel? Een nieuwe medewerker is aangetrokken en wordt ingewerkt door haar collega. Twee dagen later verdwijnen er bestanden van een gemeenschappelijke schijf. Het leggen van een oorzakelijk verband is snel gedaan. De nieuwe medewerker heeft de bestanden (wellicht per ongeluk) gewist. Is dat nu echt zo?

  1. Silo-denken

Eén van de grote overwinningen uit de natuurwetenschappen is het reductionisme. Complexe vraagstukken worden gereduceerd tot hun samenstellende deelproblemen, waarna deze separaat kunnen worden opgelost. Soms is het grote plaatje te groot om te kunnen begrijpen. We doen aan reductionisme om de complexe werkelijkheid behapbaar te maken. We zitten aan onze cognitieve grens. Maar verliezen we hiermee niet iets essentieels van organisaties uit het oog? Is het wezen van moderne organisaties niet uitermate complex?

  1. Neoliberaal denken

De laatste veertig jaar worden gekenmerkt door neo-liberaal management (Quené, 2018). Al onze activiteiten drukken we uit in geld. Het hoogst haalbare doel is het tevreden stellen van de aandeelhouder. Proposities worden voorzien van business cases, en als deze onvoldoende profijtelijk zijn wordt het voorstel afgewezen. Maar hoe zit het dan met bezigheden waarvan de waarde moeilijk is uit te drukken, zoals een belangstellend praatje met een collega? Is het cynische utiliteits-denken niet te ver doorgeschoten? Zoals Oscar Wilde (1893) dit uitdrukte: “A cynic is a man who knows the price of everything, and the value of nothing”.

Motivatie, gelegenheid en vaardigheden

Dit soort basisovertuigingen – overtuigingen waarvan je niet eens weet dat je ze hebt – zijn belemmerend voor de ontwikkeling van jezelf, je team, je organisatie. Maar wat moet je hier als manager nu mee? Hoe ga je om met de bezwaren die worden opgeworpen? Je zou er nog moedeloos van worden. Maar dat hoeft niet. Stel je zelf de volgende vragen:

  1. Heeft de tegenwerping betrekking op de vaardigheden die nodig zijn voor de realisatie van je voorstel of je verzoek? Beschikken de betrokkenen over het vermogen om invulling te geven aan je verzoek? In het geval van Frits’ zou het bezwaar haar oorsprong kunnen vinden in het gebrek aan vaardigheden om systematisch te werken of om onderwerpen voor te bereiden.
  2. Heeft het bezwaar betrekking op de gelegenheid die nodig is om invulling te geven aan je voorstel? Kortom, zijn de omstandigheden niet gunstig voor realisatie van je voorstel? Terug naar Frits: misschien beschikken de mensen niet over voldoende tijd om een vergadering voor te bereiden of is er niemand bereid om een vergadering voor te zitten.
  3. Spruit het bezwaar voort uit het missen van de motivatie of de wil om planmatig en voorbereid te vergaderen? Voelt het als een keurslijf om een aantal onderwerpen af te werken en is men bang dat men onvoldoende autonomie ervaart in een stak geplande vergadering? Voelt Frits zich minder vrij in het bespreken van spontaan in hem opkomende onderwerpen?

Als een voorstel ook maar enige kans van slagen wil hebben, dan moeten de mensen die hierin een rol spelen tenminste beschikken over de vaardigheden, de gelegenheid én de motivatie om er een succes van te maken (Poiesz, 1999). Mist er ook maar één van de drie factoren, dan gaat er niets veranderen.

Waar jij als manager invloed op hebt

Het ècht goede nieuws: dit zijn precies de elementen waar jij als manager verantwoordelijk voor bent en invloed op hebt. De sociale context noemen we dat ook wel (omgeving).
Bij Axis into Management sturen we niet op resultaten maar op het ontwikkelen van vermogens (vaardigheden) van teams om die resultaten te halen. En dat levert op de langere termijn ook meer op.
Motiveren van mensen helpt niet. Het aangaan van het gesprek je medewerkers over wat hun drijfveren zijn en of die in lijn liggen met de bedoeling van de organisatie of het project, dat helpt wel.

Jasper Doornbos

Literatuur

Costa, R.D. (2011): ‘The Watchman’s Rattle’

  • Poiesz, Th. B.C. (1999): ‘Gedragsmanagement’
  • Quené, M. (2018): ‘Voorbij de managementmaatschappij’
  • Schein, E.H. (2017): ‘Organizational Culture and Leadership’
  • Vermaak, H. (2009): ‘Plezier beleven aan taaie vraagstukken’
  • Wilde, O. (1893): ‘Lady Windermere’s Fan’

Hoe krijg ik ze zover. Je kunt het ze (het kabinet) bijna horen verzuchten. Je aan de anderhalve meter houden, niet met het hele gezin winkelen en even geen feestjes. Hoe moeilijk kan het zijn? En met de al maar stijgende aantallen zieke mensen, overvolle ziekenhuizen en de alarmerende berichten in de krant, moet de urgentie van het probleem zo langzamerhand toch voor iedereen ook wel duidelijk zijn. En toch doen ze het niet, althans een substantieel deel van de bevolking doet het niet.

“Hoe krijg ik ze zo ver?” Deze vraag horen we ook bij minstens de helft van onze deelnemers aan de start van de training Managen met Leiderschap bij Axis into Management. Met evenveel verzuchting en wanhoop. Want je medewerkers in de juiste richting krijgen is één van de grootste frustraties van managers.

Het probleem dat ‘ze’ het niet doen komen we in heel veel managementboeken over veranderen tegen. Met evenveel adviezen om dat probleem op te lossen, maar blijkbaar hebben we de ideale oplossing nog steeds niet gevonden. In de wat traditionelere organisaties begint een aanpak met het helder maken van de urgentie. Het is dan de taak van de verandermanager om goed uit te leggen wat de urgentie is. Een beetje overdrijven en wat bangmakerij doet vaak wonderen. Ik heb zelfs een keer de tip gekregen om een probleem te creëren. Bedenk eerst wat je wilt bereiken, verzin er een ernstig probleem bij en dan krijg je ze wel mee. Het is een manier, maar erg sympathiek en effectief vind ik hem niet en ik heb het advies dan ook naast me neer gelegd. Dat je bij zo’n manipulatieve aanpak een hoop weerstand krijgt, kun je op je vingers natellen. De meeste mensen laten zich niet bedonderen.

Enthousiasmeren en motiveren is geen intrinsieke verandering

Als de urgentie duidelijk gemaakt is, dan is de volgende stap om medewerkers te enthousiasmeren en te motiveren. Dat is vaak de vriendelijke manier om te zeggen dat iemand zijn gedrag moet aanpassen en wel zo dat hij of zij gaat doen wat ‘we’ bedacht hebben. We hebben immers de soll situatie bedacht. Als iedereen zijn gedrag aanpast naar de gewenste situatie dan komt alles goed. Dan zullen we onze doelen halen en succesvol zijn. Dat is althans de achterliggende gedachte.
Daarbij is alles geoorloofd. Het doel heiligt de middelen. Bonussen, promoties of het toekennen van bepaalde privileges, maar ook dreigementen met ontslag, iemand van het project halen of iemand publiekelijk te kijk zetten. Subtieler zijn de één op één gesprekjes waarin de medewerker wordt gewezen op wat zijn negatieve houding met de andere collega’s doet. Je wilt toch niet degene zijn die de sfeer verziekt? De ultieme manipulatie is om iemand aan te spreken op zijn gezonde verstand. Helaas  heeft dit meestal het tegenovergestelde effect. De hakken gaan in het zand, het ziekteverzuim neemt toe of er wordt op een subtiele of zelfs openlijke manier gesaboteerd.

Dwang en urgentie geven kortstondige gedragsverandering

Op het moment dat je de autonomie van mensen aantast, dan doet dat wat met de aard van hun motivatie. Onder dwang zijn we op een bepaalde manier best gemotiveerd om sommige dingen te doen. De kans dat het een duurzame verandering zal zijn, is echter uitermate klein. Zodra je de beloning of het dwangmiddel weghaalt dan vallen mensen weer terug in hun oude gedrag. En dat is volstrekt logisch. Je kunt dit ondervangen door met elkaar afspraken te maken op basis van wederzijdse instemming. Zorg daarbij vooral dat alle relevante informatie op tafel komt. Wat is er echt aan de hand? Waarom is verandering noodzakelijk? Wat vergt dat van de betrokkenen? Is dat haalbaar? Wat zijn dan hun ideeën? Wat werkte voorheen niet en wel?  Dit proces kost tijd en flink wat inspanning, maar is op de langere termijn veel effectiever.

En mag je dan nooit een directieve opdracht geven?

Is dwang dan nooit goed? Soms, als het crisis is, dan kun je vanuit jouw rol natuurlijk gewoon een opdracht uitvaardigen. Als brandweer commandant heb je tijdens het blussen van een uitslaande brand geen tijd om eerst op basis van wederzijdse instemming consensus te bereiken. Je bent aangesteld om de leiding te nemen en opdrachten te geven. Dat is immers jouw rol en dat is voor iedereen volstrekt helder. Het is wel verstandig om achteraf te evalueren, zodat je ervan kunt leren en met het team nieuwe afspraken kunt maken voor een volgende crisis. Dan wel op basis van wederzijdse instemming, want tijdens de evaluatie heb je daar wel de tijd voor.

En die anderhalve meter? Het is crisis. Gewoon doen dus en als we uit deze ellende zijn dan gaan we evalueren. Niet om aan iemands stoelpoten te zagen of om met het vingertje te wijzen, maar om ervan te leren en met elkaar afspraken te maken hoe het een volgende keer beter kan. Op basis van wederzijdse instemming en zonder dat het onze autonomie en vrijheid van handelen onnodig aantast.

Jan-Sake Kruis

Wil jij leren hoe je jouw team duurzaam helpt veranderen?

En welk gedrag werkt en minder werkt? Nieuwsgierig om te leren hoe je leiding geeft aan wendbare organisaties, een optimale samenwerking bereikt en hoe je als manager dàt doet waar je verantwoordelijk voor bent?
Axis into Management geeft in haar impactvolle trainingen managers inzicht in hun eigen patronen, die van hun teams en biedt effectieve handvatten en structuur voor de dagelijkse praktijk. Geen stokken en wortels maar de drie psychologische basisbehoeftes van de mens (verlangen tot verbinding, competentie, autonomie)  als vertrekpunt van management.
Binnen een paar maanden observeer, analyseer je de situaties op je werk met een nieuwe bril en leer je interveniëren op een manier die werkt.
Met als resultaat:

  • pro-actieve medewerkers
  • met energie en met plezier wordt samengewerkt
  • resultaten in de lijn van de bedoeling van de organisatie
  • een rustiger hoofd en meer zelfvertrouwen
  • begrijpen wat er om je heen gebeurt en grip op steeds veranderende vraagstukken.

We nodigen je van harte uit voor onze eerstvolgende Training Managen met Leiderschap-1
Of stap eens binnen op onze gratis Kennismakingsavond in Utrecht. In onze agenda kun je de data en meer informatie vinden.
We leggen dan uit wat de management methodiek Common Sense van Axis into Management inhoudt en hoe we werken  met de psychologische basisbehoeftes van de mens. We vertellen hoe de training is opgebouwd, welke literatuur we gebruiken en niet onbelangrijk: je maakt kennis met de trainer. Die jou in de komende maanden met inzicht, overzicht een bak vol gereedschappen aan (complexe) vraagstukken laat werken. Met plezier.
We ruimen veel tijd in om vragen te kunnen stellen. We verwelkomen je graag!
Komen de data in onze agenda je niet goed uit, bel of mail met  Jasper Doornbos.
Een leiderschapstraining die jou anders laat kijken, denken èn doen. Duurzaam.

Onze kennismakingsavonden en trainingen kunnen fysiek op gepaste afstand worden gegeven of online. Dat beslissen we in overeenstemming met de geïnteresseerden.

Je hoort het veel en we maken het helaas ook mee: Agile transities die mislukken. Vaak omdat het helemaal niet duidelijk is waar de organisatie naartoe wil. Vaak omdat er geen tijd wordt gemaakt om de verandering vorm te geven. Vaak omdat het probleem helemaal niet duidelijk is, maar de oplossing klaarblijkelijk wel: we moeten Agile worden!
Er is ook een andere oorzaak die vaak invloed heeft: Waar we nog minder over praten. Want dat is taboe. Een beweging naar een meer wendbare organisatie leidt tot een verschuiving van macht. En de gevestigde macht – hoe ondefinieerbaar dan ook – heeft liever geen Agile organisatie. In een Agile organisatie liggen bevoegdheden nou eenmaal ergens anders dan in traditionele organisaties.
Wij onderzoeken macht bij Agile transities aan de hand van een casus uit de praktijk. Die bevat zoveel invalshoeken en perspectieven om het onderwerp ‘macht’ te duiden, dat we het praktijkverhaal in een serie blogs vertellen. Waarin Jill, Scrum Master in een grote organisatie in de financiële sector, de hoofdrol speelt.

In blog deel 1 vertelden we hoe Jill een succesvolle bijeenkomst plant met alle betrokken om de uitdaging ‘nieuwe verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden’ te bespreken. Want die werden steeds onduidelijker toen Jills organisatie besloot wendbaarder te worden en Scrum te introduceren. Het werd zelfs onveilig voor sommigen en de verwachte resultaten bleven uit.
Die dag komen ze, met elkaar in harmonie, tot een blauwdruk van de nieuwe, wendbare organisatie. Jill legt dit voorstel neer bij het seniormanagement. En hoort er nooit meer iets van.

In blog 2  zoomden we in op de onlosmakelijke verbinding tussen omgeving, productieproces en managementsysteem. En concludeerden we dat alleen de zittende macht het managementsysteem kan herorganiseren als een veranderende omgeving en/of productieproces daarom vraagt.
We merkten op dat de organisatie waar Jill voor werkte niet alleen stond in dit vraagstuk.
Algemener gesteld hebben we het over het Control Dilemma. Dit speelt bij iedere organisatie die bezig is met een Agile transitie. Het succes van de transitie is in belangrijke mate afhankelijk van de wijze waarop dit dilemma wordt aangepakt. Spoiler alert: met het tekenen van een nieuwe hark kom je er niet.

Jill en haar ‘blauwdruk’

Jill presenteert een gedragen blauwdruk van de nieuwe organisatie aan het senior management. Dit voorstel wordt echter nooit door het senior management bekrachtigd. En er volgt nooit een verklaring waarom het voorstel niet wordt geaccepteerd. Jill komt hierdoor in de problemen omdat tijdens de dag de indruk is ontstaan dat de uitkomsten een beschrijving zouden zijn van de nieuwe organisatie. En Jill heeft deze indruk niet weggenomen. Niet voldoende aangegeven dat het een voorstel was, dat kon worden aangenomen of worden verworpen.
Maar de echte vraag is natuurlijk: waarom heeft het senior management niet eens gereageerd op het gepresenteerde voorstel?

Het leidende probleem

We bewegen ons nu in de speculatieve sfeer. Dat doen we niet graag, maar we willen de gelegenheid aangrijpen om iets te vertellen over een dilemma dat bij organisaties leeft: het Control Dilemma. Eerst bespreken we het leidende probleem, oftewel de zorg of datgene wat men graag wil vermijden.

Teleurstellende resultaten

De casusbeschrijving zegt iets over het leidende probleem: Er zijn reeds multidisciplinaire teams gevormd, maar de resultaten blijven achter bij de verwachtingen. De spanning loopt op. En conflicten nemen toe. Het senior management had verwachtingen ten aanzien van de effecten van het vormen van multidisciplinaire teams die volgens een Scrum aanpak zouden werken.
We kennen deze verwachtingen niet, maar deze lijken te liggen in het kunnen anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen die in het verschiet liggen. In een IT-context gaat het vaak over software die sneller wordt geleverd en beter van kwaliteit is. Wat we wél weten is dat deze verwachtingen niet waren uitgekomen.
Evenzo weten we niet wat het senior management eraan gedaan heeft om dit probleem op de kaart te zetten, maar wat we wél weten is dat Jill een initiatief heeft genomen.
Zou er nog een tweede, onbesproken, zorg kunnen bestaan?

Control dilemma

De teleurstellende resultaten kunnen de aanleiding zijn voor het senior management om de teams te vragen om allerlei rapportages. Op die manier krijgen zij het gevoel ‘in control’ te zijn.
Er is hier sprake van een verschuiving in het hanteren van macht. Het senior management begint met machtshantering als ruimte geven binnen bepaalde grenzen, aangevuld met een beperkt toezicht op de uitvoering. Die beperking kan bijvoorbeeld bestaan uit afspraken over terugrapportage op bepaalde momenten en de afspraak dat er wordt teruggekoppeld als de aangegeven grenzen dreigen te worden overschreden.
Die machtshantering verandert op twee manieren: de gegeven ruimte wordt kleiner, en het toezicht op de uitvoering verscherpt, door de invoering van meer rapportage-momenten en rapportage-onderwerpen, en voorziet zichzelf daarmee in meer ruimte en mogelijkheden om corrigerend in te grijpen. Herkenbaar?

Dubbel probleem

De teams hebben nu in plaats van één, twee problemen. In de eerste plaats moeten zij zich inspannen om aan de behoeften van hun afnemers voldoen, dus tijdig goede software leveren, hun primaire taak. Maar nu moeten ze ook nog veel tijd steken in het rapporteren en verantwoording afleggen. Waardoor het eerste probleem nóg groter wordt. Je denkt er hiermee te zijn, maar het is nóg erger. Het senior management komt, door al dit micro-managen, niet meer toe aan haar eigenlijke werk: het uitzetten van de grote lijnen en het anticiperen op de voor de organisatie relevante maatschappelijke ontwikkelingen. Waardoor het eerste probleem blijft bestaan en zich in nog heviger mate voordoet. Senge (1992) noemde deze veel voorkomende dynamiek ‘lapmiddelen die niet werken’.

Zou het senior management hiermee geworsteld hebben? Haar overgang naar micromanagement staat natuurlijk op gespannen voet met de nieuw voorgestelde structuur, waarin ze de macht, die ze voor dat micromanagement nodig heeft, afstaat aan een lager niveau dat ze niet vertrouwt.  Zou ze uiteindelijk stilletjes besloten hebben om niet akkoord te gaan met het voorstel? We zullen het nooit weten, maar uitsluiten kunnen we ook niet.

Omgaan met ambiguïteit

Het Control Dilemma is slechts één voorbeeld van de vraagstukken die moeten worden aangepakt bij een Agile transitie. Er spelen veel meer ambigue problemen, waaronder exploitatie versus exploratie, centralisatie versus decentralisatie, focus op individu versus focus op teams en middelen en doelen.

Hedendaagse organisaties opereren in een VUCA omgeving: volatiel, onzeker, ambigu en complex. De kunst is om hiermee om te gaan.
Het kunnen omgaan met ambiguïteit werd erkend door de opstellers van het Agile Manifest. Niet voor niets beschreven zij vier waarden die ieder een continuüm omspannen. Bijvoorbeeld ‘Wij verkiezen werkende software boven allesomvattende documentatie’. Zij voegen daaraan toe: ‘Hoewel wij waardering hebben voor al hetgeen aan de rechterkant staat vermeld, hechten wij méér waarde aan wat aan de linkerzijde wordt genoemd’.

De valkuil waar je in zou kunnen stappen is dat je een keuze maakt voor datgene wat links wordt genoemd of voor wat rechts wordt vermeld. Links is dan goed, maar rechts is fout. In onze praktijk hebben we mensen vol overgave in deze valkuil zien stappen. Bij een grote overheidsorganisatie startte men met de waarde ‘werkende software gaat boven uitvoerige documentatie’, zei men later ‘je hoeft niet meer te documenteren want we zijn agile’ en sloot men af met ‘je mag niet meer documenteren want we zijn agile’. Omgaan met ambiguïteit, zoals het Control Dilemma, gaat niet over keuzes maken, maar over het omarmen van paradoxen als bron van innovatie (Smith & Graetz (2012)).

Zoek de balans

Misschien wel de grootste uitdaging van senior management is het kunnen omgaan met ambiguïteit, in dit geval verwoord in het Control Dilemma. We hebben het hier over de openheid of geslotenheid van machtshantering.  Zowel de openheid als de geslotenheid kunnen doorslaan. Te veel openheid bestaat uit het geven van ruimte zonder de grenzen goed te specificeren. Te veel geslotenheid betekent het te veel beperken van de uitvoeringsruimte en het inzetten van een verlammende controle.
Er bestaat geen receptenboekje voor het kunnen omgaan met ambiguïteit. Bewustwording van ambiguïteit is echter een goede eerste stap. Meervoudig kijken helpt hierbij (lees ook Boekentip ‘Reframing Organizations’) 

Martin Hetebrij & Jasper Doornbos

Literatuur

Senge, P. (1992), ‘De vijfde discipline’

Smith, A.C.T. & Graetz, F.M. (2012), ‘Philosophies of Organizational Change’

 

 

In de  Agile Leadership game zitten organisatiekenmerken verwerkt van ad hoc, bureaucratische en wendbare organisaties. Een typisch kenmerk van een bureaucratische organisatie is: “de top-down sturing concentreert zich op het nakomen van gemaakte afspraken.” Een kenmerk dat Agile teams in wendbare organisaties behoorlijk in de weg kan zitten.
Corona maakt ons veel duidelijk maar geeft mij ook een mooie metafoor om te laten zien waarom het zo moeilijk is om een Agile transitie succesvol te leiden. Lees even mee.

Opnieuw zaten we met z’n allen aan de buis gekluisterd om te luisteren naar de persconferentie van premier Rutte. Nieuwe maatregelen zijn nodig om het tij te keren. In de gesprekken die volgden op verschillende zenders, kwam de onvermijdelijke vraag naar voren of er niet strenger gehandhaafd moet worden.
We hebben allerlei afspraken gemaakt om het virus te verslaan, maar een te grote groep houdt zich er niet aan. Een veel gehoorde en misschien ook wel de meest voor de hand liggende oplossing is om strenger te gaan handhaven. Wie niet luisteren wil moet maar voelen. Als we geen hele duidelijke afspraken maken en die niet strikt handhaven, dat wordt het een puinhoop. Dat is in ieder geval wat de oppositie ervan vindt.

Tegenslag schreeuwt om controle en sturing
Corona maakt ons duidelijk waarom het zo vreselijk moeilijk is om een Agile organisatie te zijn. In lastige situaties is onze primaire reactie om te roepen om meer controle en meer sturing van buitenaf en om minder autonomie.

De bedoeling is dat Agile teams zelf-organiserend zijn. Zolang het goed gaat is dat vaak ook helemaal geen probleem. Ze hebben dan alle vrijheid om eigen keuzes te maken. Maar o wee als dat niet meer het geval is. Als de resultaten tegenvallen dan voelen we de bijna onbedwingbare drang om te moeten ingrijpen.
Blijkbaar denken we dat er altijd een één op één relatie is tussen de competenties van een team en het resultaat dat ze leveren. Of populair gezegd: als ze niet leveren dan zijn het prutsers. Helaas zijn er nog veel leidinggevenden die dan – al dan niet onder druk van hun omgeving – de noodzaak voelen om het zelf maar te gaan regelen. Laat mij maar even.

Vertrouwen geven of vertrouwen verdienen?
In het Agile manifesto staat dat je Agile teams het vertrouwen moet geven dat ze de klus klaren. En dat is heel wat makkelijker gezegd dan gedaan. Want hoe geef je een team vertrouwen als ze nog niets gepresteerd hebben? En wat gebeurt er met dat vertrouwen als het allemaal wat tegen zit? Vaak verdwijnt dat vertrouwen dan als sneeuw voor de zon.

Het is ook wel een beetje raar om vertrouwen als een blanco cheque te geven. Wat geef je dan eigenlijk? Als je er goed over nadenkt dan is het niet veel meer dan een loze holle kreet.
Go, go, go! Je kan het! Emile Ratelband is er beroemd mee geworden. We voelen allemaal wel aan dat er voor vertrouwen echt wel wat meer nodig is, dan een opzwepende peptalk.

Het komt te voet en gaat te paard
Competentie is slechts één van de vermogens waar een leider invloed op uit kan oefenen. In wendbare organisaties hebben leiders als taak om te zorgen dat alle condities waaronder Agile teams hun werk moeten doen zo optimaal mogelijk zijn. En dat is hard werken. Je kunt het team helpen om onderling en met de omgeving passende afspraken te maken. Dat kan gaan over kaders, over de bedoeling en over alles wat het team nodig heeft om datgene te kunnen doen waarvoor ze bestaan.

Je kunt het team helpen om zichtbaar te maken waar het knelt, door bijvoorbeeld zelf te gaan kijken en door vragen te stellen. Observeren en analyseren zijn kerncompetenties voor een faciliterend leider, want pas als de context waarin een team opereert goed is, kan een team zelf ook echt goed worden.
En als ze goed worden, dan groeit het vertrouwen vanzelf. Stapje voor stapje. Het mooie is dat dat wederzijds vertrouwen is, want je hebt elkaar immers nodig en je doet het samen. Als je als leider de controle overneemt van het team als het even tegen zit, dan ben je zo weer terug bij af. Het vertrouwen zie je dan te paard in gestrekte draf aan de horizon verdwijnen.

Jan-Sake Kruis

Lees ook Zes Common Sense tips hoe je aan verdiend vertrouwen werkt in je team

Ieder mens is uniek en dat is elke manager ook. Authentiek leiderschap heet dat ook wel. Dat is mooi, dat je jezelf mag zijn. Maar ken je jezelf goed? Leid jij jezelf? Waarom het belangrijk is eerst jezelf te begrijpen om grip te krijgen.

Drie vragen. Die ik altijd aan nieuwe deelnemers van de training ‘Managen met Leiderschap’ voorleg en waar we elke bijeenkomst op terugkeren, zodat door ze de maanden heen een ‘persoonlijk statuut’ opbouwen. Waarin hun inzichten, het geleerde, een plaats krijgen.  

  • Waarom doe ik de dingen die ik doe als leider?
  • Wat doe ik dan in de werkelijkheid?
  • En hoe doe ik dat dan?

Zoals je ziet zijn het vragen die gaan over de persoonlijkheid van de deelnemers en hoe dat zijn beslag heeft op hun managers taak en leiderschapsrol.
Bij Axis into Management gaat het over authentiek leiderschap. Wij vervormen of hervormen geen mensen tot een ideaalplaatje. Iedereen heeft zijn eigen geschiedenis en drijfveren en werkt in zijn eigen unieke context.
Dat wil niet zeggen dat deelnemers geen andere inzichten krijgen. Dat het antwoord op de vraag ”waarom doe ik de dingen zoals ik ze doe” wel eens, nu ze er dieper over nadenken, ze zelf niet bevalt.
Dat ze leiden vanuit angst, of vanuit het idee dat ze alles moeten oplossen, of een voorbeeld hebben gehad waar ze zich nog steeds aan vast houden maar niet meer werkt. Of ooit begonnen als manager met een droom maar die onderweg zijn verloren.


Begrijpen van jezelf en je omgeving zorgt voor grip

Dat is onze belofte bij Axis into Management. Dat genereren we in interim opdrachten en maken we waar in onze opleidingen, workshops en games.
Hoe we dat doen? Met onze observatie-, analyse- en interventiemodellen (triades) laten we je anders kijken naar jezelf en de vraagstukken die je hebt. We reiken je elke keer een andere bril aan waarmee je andere perspectieven van hetzelfde vraagstuk gaat zien. En anders naar jezelf leert kijken.
Die andere perspectieven zien schept ruimte en opent een reeks aan nieuwe mogelijkheden die je voorheen niet zag. En dat geeft vrijheid, regie en uiteindelijk rust. Deelnemers noemen dat ook wel eens ‘zelfvertrouwen’.
Jezelf goed leren kennen, de omgeving waarin je opereert gaan begrijpen op verschillende niveaus (fysiek, spirit en logica), zorgt dat je authentiek en effectief je team kan leiden. Jezelf en anderen geen geweld aan hoeft te doen. Weer mens wordt.


Gereedschapskist

Terug naar dat persoonlijk statuut en het woordje ‘persoonlijk’ We reiken dus diverse brillen aan, werken met uiteenlopende managementliteratuur en -kennis, maar het is aan jou welke brillen jou het beste dienen.
In het afgelopen jaar leidde ik drie groepen managers op en het is altijd een feest om te zien wanneer er kwartjes vallen en het gereedschapskistje zich begint te vullen met tools die ze in de praktijk hebben geoefend en die hen hebben gediend.
Zo ook bij Pieter. Bij de afsluiting van de training presenteren de managers hun persoonlijk statuut. Pieter had letterlijk een ieniemienie gereedschapskistje gemaakt. Met daarin verschillende vakjes voor de verschillende triades, gemaakt van lollystokjes. In zijn kistje was nog een vakje leeg. “Want je stopt nooit met leren”, was zijn uitleg. “Er dient zich altijd weer een nieuw inzicht aan”. Ik denk dat ik Pieter overigens in de vervolgopleiding ga terugzien.
Pieters belangrijkste inzicht in de training was dat hij nu in staat is zijn team te helpen bij het ontwikkelen van problemen en vraagstukken. Hij met behulp van de Axis into Management observatie-, analyse- en interventiemodellen en de juiste vragen stellen, problemen  tot feiten kan reduceren: wat is hier nu echt aan de hand? Waardoor orde ontstaat en de juiste besluiten worden genomen. Samen met zijn team. En dat was zijn tweede winst. “Ik sta er niet meer alleen voor”.

Nog plaatsen in laatste training 2020

Ik zie dat managers veel intuïtief handelen bij gebrek aan een methode. Vaak gaat dat goed, soms niet.  In een steeds snellere en complexere wereld biedt de methodiek van Axis into Management  (gestructureerd observeren, analyseren en interveniëren) orde in de chaos. Waarbij de mens altijd voorop staat.
Op 12 november start de laatste training Managen met Leiderschap van dit jaar. Er zijn nog plaatsen. Voor managers die in hun achterhoofd de drie vragen al een tijdje horen rond zoemen, ervaren dat hun gereedschapskist wel kan worden bijgevuld en voor wie niet bang is om zichzelf als leider onder de loep te leggen om daarmee zijn effectiviteit te vergroten.

Leuk als ik je daar mag ontmoeten!

Jasper Doornbos

 

Het lastige van een organisatieverandering is dat als we alleen ons gedrag aanpassen, zonder onze diepere overtuigingen waar dit gedrag uit voort komt ter discussie te stellen, er uiteindelijk maar weinig zal veranderen. Het is net een elastiek dat je weer terugtrekt naar hoe het vroeger was. Je kunt er bijvoorbeeld van overtuigd zijn dat jouw collega’s in de basis nogal lui zijn en helemaal geen zin hebben om te werken. Met belonen en straffen of een goeie peptalk kun je dan proberen om ze in beweging te krijgen. Dat werkt vaak wel even, maar zodra je je omdraait vallen ze weer terug in hun oude gewoontes.

Reframe je visie: medewerkers willen succesvol zijn
Je kunt er ook anders tegenaan gaan kijken en ervanuit gaan dat ze juist heel graag iets moois willen neerzetten, maar dat ze door de omstandigheden waar ze in zitten gedemotiveerd kunnen raken. Het ligt dus niet aan de medewerker, maar aan de omgeving waarin ze hun werk moeten doen. Eigenlijk is dat best wel een valide gedachte als je bedenkt dat de meeste medewerkers eerst een jarenlange opleiding hebben gevolgd om een vak te leren, vervolgens hebben gesolliciteerd bij de organisatie waar ze graag willen werken om vervolgens een gat in de lucht springen als ze aangenomen worden. Als je de switch naar deze overtuiging hebt gemaakt, ga je je zonder twijfel richten op het verbeteren van de omstandigheden waarin jouw medewerkers hun werk doen. Zo creëer je de ruimte waarin je collega’s weer vol enthousiasme aan de bedoeling van de organisatie kunnen werken.

Maar hoe kom je er achter wat die diepere overtuigingen zijn en welke omstandigheden je met elkaar kan verbeteren om het plezier en de resultaten op te krikken?

Agile Leadership Game
Ik speelde onlangs weer met verschillende teams de Agile Leadership Game  van het Agile Consortium en waar ik de geestelijke vader van ben. Daar ontstaat inzicht in diepgewortelde overtuigingen, beelden van mensen over werksituaties en werken we gestaag aan gemeenschappelijk begrip. De aanknopingspunten voor verbeteringen liggen daarna voor het oprapen.

De Agile mindset is vaak erg ongrijpbaar. We hebben er allemaal een beeld bij, maar toch zijn er ook nog veel misverstanden. Aan de hand van een set stellingen over organisatiekenmerken zijn we met elkaar in gesprek gegaan om te ontdekken wat wij nu eigenlijk verstaan onder de Agile mindset.

Het draait om het ontwikkelen van gemeenschappelijk begrip
Het leuke aan de gesprekken is, dat we in eerste instantie soms heel ver uit elkaar lijken te staan, maar dat we, door er met elkaar over te praten, ontdekken dat onze meningen vaak veel dichter bij elkaar blijken te liggen. Iedereen kijkt op zijn eigen manier naar de wereld, vanuit zijn eigen perspectief en positie in de organisatie. Door al die inzichten met elkaar te delen, verrijken we ons eigen beeld, brengen we nuance aan en gaan we ook beter begrijpen waarom iemand in een situatie bepaalde keuzes maakt.

Overtuigingen vormen de cultuur
In de Agile Leadership Game benoemen we welke situaties en bijbehorend gedrag we waarnemen en wat voor situaties en gedrag we graag zouden willen zien. Deze organisatiekenmerken vormen de organisatiecultuur en komen voort uit de diepere overtuigingen, die we allemaal hebben. De bedoeling van het spel is dan ook om te achterhalen vanuit welke overtuigingen we zelf denken en handelen en waar deze verschillen met de overtuigingen, die de basis vormen van de Agile mindset.

Moeilijk om je overtuigingen los te laten
De resultaten van de game laten zien dat veel mensen wel een meer Agile organisatie willen, maar niet voor de volle honderd procent. Er zijn nog aardig wat gebruiken die ze niet willen loslaten. Dat is overigens helemaal niet erg. Een transitie naar andere overtuigingen is een reis vol leermomenten en twijfels. Het doel is ook niet om zo Agile mogelijk te worden, maar om een omgeving te creëren waar met veel plezier wordt samengewerkt en mooie dingen worden neergezet. Wat trots brengt.

In bovenstaande diagrammen zie je de verdeling van de aantallen gekozen kenmerken die horen bij een bepaald soort organisatie. Links hoe de ongeveer 50 deelnemers het nu zien en rechts hoe ze het zouden willen hebben.

Blauw = kenmerken van een bureaucratisch organisatie
Rood = kenmerken van een ad hoc organisatie
Groen= alles wat bij een wendbare (agile) organisatie hoort

Duidelijk is te zien dat deze groep minder blauw en rood wil en meer groen, maar (nog) niet voor de volle honderd procent.
De vraag is natuurlijk hoe dat komt. Zijn ze nog niet overtuigd of past de Agile mindset misschien niet goed bij hen of hun type organisatie? In de gesprekken merkte ik dat de heersende overtuigingen nog best vaak belemmerend werken. Zelf-organiserende teams willen we wel, maar toch echt niet zelf-sturend. Dan wordt het een zooitje. En veel mensen zijn wel gemotiveerd, maar je hebt er altijd een aantal tussen zitten …
“Ik ken mijn pappenheimers”, hoor ik sommige managers dan zeggen. Of ook een mooie: “Je denkt toch niet dat als een scrum master alleen maar een faciliterend leider is dat we dan alles uit het team halen. Soms moet hij gewoon even hard zijn en een besluit nemen. Anders komen we er nooit.”

Leidinggeven aan een Agile organisatie
Faciliterend leiderschap is best lastig. In onze trainingen en  workshops leer je dat het meer is dan zaaltjes reserveren en meetings begeleiden. De rol van scrum masters wordt bijvoorbeeld nogal eens gezien als verplichte corvee, maar dan doe je het vak toch echt tekort. Als je handelt vanuit de Agile mindset met een bijpassende set aan overtuigingen, dan kun je een leidende rol vervullen en echt het verschil maken.

Jan-Sake Kruis

 

Ik had de tranen in mijn ogen toen ik  Sineks nieuwe boek “Het Oneindige Spel” las. Ik schaam me er niet voor. Emotie omdat er puzzelstukjes in elkaar vielen waarvan ik niet eens wist dat ze nog ergens lagen. Sinek geeft namelijk betere woorden en voorbeelden aan mijn eigen visie op leiderschap, en nog meer inzichten waarom het helaas werkt zoals het werkt in nog veel organisaties.

Een blog waarom we onze kinderen ook niet ter adoptie aanbieden als ze het niet goed doen op school. Waarom ontslaan we dan wel mensen bij bosjes als de resultaten tegenvallen? En nog meer indrukwekkende beschouwingen zoals: waarom vertrouwen en samenwerking niet vanzelfsprekend zijn in bedrijven.

Eerst over die schaamte. Simon Sinek opent zijn video over ‘Het Oneindige Spel’ met de volgende woorden: “Ik schaam me dat ik een carrière heb. Er zou geen vraag moeten zijn naar mijn werk”. Ik herken dat. Als interim-manager en organisatieadviseur heb ik dat soms ook. Want het gaat gelukkig regelmatig goed op de Nederlandse werkvloer maar er is ook nog veel ‘te doen’. En dat zou niet nodig moeten zijn.

Hoe ziet empathie er echt uit?
Sinek’s visie op het gewenste leiderschap in deze tijden leunt op twee pijlers: empathie en perspectief. Wat helaas, zoals hij constateert, niet als een vak wordt gezien waarvoor je eerst geselecteerd, opgeleid en getraind moet worden. We zien leiders en managers vaak als mensen die verantwoordelijk zijn voor het werk in plaats van verantwoordelijk zijn voor de mensen die het werk doen. En als je dat laatste nu als uitgangspunt neemt, dat managers verantwoordelijk zijn voor hun mensen, dan is empathie een vereiste competentie. Hoe voer je dan een gesprek met je medewerker als zijn of haar resultaten tegenvallen? Er wordt vaker dreiging en druk ingezet dan dat de volgende vragen worden gesteld: Ik ben bezorgd, hoe het gaat met je? Heb je misschien een idee hoe het komt dat de resultaten tegenvallen? Kan ik iets voor je betekenen?

Sinek illustreert dat bijzonder sterk met een persoonlijke ervaring in het Four Seasons hotel in Las Vegas. Waar hij een barista aan het werk ziet en onder de indruk is van zijn vakmanschap, oprechte interesse in de hotelgasten en vrolijkheid. De jongeman vertelt Sinek dat elke dag in dit hotel niet alleen zijn eigen manager hem vraagt hoe het met hem gaat en wat hij kan doen om zijn werk te vergemakkelijken, maar zelfs die vraag ontvangt van andere managers. De barista zegt: ‘Ik kan hier mezelf zijn en dat maakt dat ik hier met zo veel plezier werk”.

 Wat voor spel spelen we eigenlijk met elkaar?
Sturen, eerlijk gezegd is het woord ‘drukken’ vaker van toepassing, op resultaten werkt averechts pleit Sinek. Zeker bij millenials. De massa ontslagen zorgen dat er in angst wordt gewerkt, waar niemand meer zijn vinger opsteekt om te zeggen dat hij een fout heeft gemaakt. Waar kwetsbaarheid en daarmee je nek uitsteken, leren, innoveren en creativiteit onder druk komen te staan.

In zijn ogen gaat het in organisaties te veel over het 100% moeten weten, in controle zijn, altijd succes hebben, winnen en nog eens winnen. En daar heeft Sinek een ander perspectief op, wat mij recht in mijn hart raakt en mijn leiderschapsvisie nog steviger onderbouwt. Omdat dat exact is wat we moeten omdraaien in organisaties om tot echte, langdurige resultaten te komen, met medewerkers die graag en gedreven met je werken.

Sinek zegt namelijk: “We hebben geen regels in het bedrijfsleven zoals bij honkbal, waar het duidelijk is wie wint: namelijk wie heeft de meeste punten behaald binnen een bepaalde tijdlimiet? Dus wat voor spel spelen we eigenlijk met elkaar? De meeste bedrijven zijn gericht om het eindige spel te spelen: te winnen van de concurrent, ze te verslaan, de grootste te worden, de beste. Ja, maar wie bepaalt dat, wie er wint? Dat is toch nergens vastgelegd? Dus waar zijn we dan de hele dag mee bezig? Met de aandelen omhoog te stouwen, alleen op korte termijn resultaten te sturen”.

De echte winnaar is…
Sinek vervolgt: “De bedrijven die het oneindige spel spelen overleven. Zij zijn niet ingericht op winnen, ze leiden hun organisatie zodat ze in het spel kunnen blijven. Deze organisaties winnen niet maar frustreren hun concurrenten omdat ze vanuit hun eigen kracht en purpose werken. Lange termijn aandacht besteden aan hun mensen en kwaliteiten van hun organisatie. Niet bezig zijn met kwartjes maar met generaties. Mooie voorbeelden zijn Harley Davidson en Southwest Airlines”.

Ik voel me ook een winnaar. Een winnaar omdat Axis into Management waar ik werk, al een paar decennia een filosofie en aanpak kent die óók gaat over dat permanent blijven ontwikkelen als organisatie. Die in trainingen jouw perspectief laat verschuiven van sturen op resultaten naar sturen op de vermogens, kwaliteiten, van een organisatie. En andere bril op zetten, je anders laten kijken.

Van beheersen naar verbeteren, zoals Sinek voor pleit, is de kern van onze managementmethodiek en leiderschapsvisie. Zodat je in het spel blijft, omdat je wendbaar en effectief wordt in elke situatie. Omdat verdiend vertrouwen wordt bereikt door autonomie, vrijheid van handelen en wederzijdse instemming. De kern van ons denken en handelen bij Axis into Management. En wij noemen dat Common Sense. En zoals één van onze deelnemers aan de training laatst zei: “Common Sense is the least common of all senses, and actually key to succesful management”.

Mis trouwens niet het grappige verhaal over Microsoft en Apple in Sineks video.

Ontwikkelen van de vermogens van je mensen kun je leren

Wil je leren hoe je leiding geeft aan wendbare organisaties, een optimale samenwerking bereikt en hoe je als manager dàt doet waar je verantwoordelijk voor bent? Axis into Management geeft in haar impactvolle trainingen managers inzicht in hun eigen patronen en biedt praktische handvatten voor de dagelijkse praktijk.
In een paar maanden observeer, analyseer je de situaties op je werk met een nieuwe bril en leer je interveniëren op een manier die werkt.
Met als resultaat:

  • pro-actieve medewerkers
  • met energie en met plezier wordt samengewerkt
  • resultaten in de lijn van de bedoeling van de organisatie
  • een rustiger hoofd en meer zelfvertrouwen
  • begrijpen wat er om je heen gebeurt en grip op steeds veranderende vraagstukken.

Meld je nu aan voor een kennismaking

Ik nodig je van harte uit voor onze eerstvolgende  Training Managen met Leiderschap-1 Of stap eerst binnen op onze gratis Kennismakingsavond in Utrecht. De eerstvolgende is dinsdag 8 september in Utrecht. Met voldoende fysieke afstand.
In onze agenda kun je andere data en meer informatie vinden.
Op deze avond leg ik uit wat de management methodiek Common Sense van Axis into Management inhoudt, lat ik een aantal interventiemodellen zien en hoe we werken met de psychologische basisbehoeftes van de mens. Ik informeer je graag hoe de training is opgebouwd, welke literatuur we gebruiken en niet onbelangrijk: wie Jasper Doornbos ia als trainer. Natuurlijk kun je al je vragen stellen. We verwelkomen je graag!
Komen de data in onze agenda je niet goed uit, bel of mail Jasper dan met vragen over deze impactvolle training. Zijn gegevens vind je onder zijn naam.

Werner Vaarwerk

Er zaten ongeveer twintig leerlingen in de klas. Ik groeide op in de jaren zeventig, toen er nog  voldoende geld was voor onderwijs en de klassen klein waren. Aan het begin van de week kregen we ‘taakwerk’ opgedragen. We mochten dan zelf ons werk plannen, als het vrijdag maar klaar was. Zelf begon ik altijd met taal en rekenen, en bewaarde lezen tot het laatst omdat ik dat het leukst vond. Ik bewaarde mijn marsmellow[1], zeg maar.
Naast mij zat David. Hij tekende graag. Een paard. Altijd paarden. Nooit iets anders. En het paard keek naar links.
Een blog over het verschil tussen een statische mindset en een groei mindset, bij welke ‘mind’ wendbare organisaties het meest gebaat zijn èn het verband met de psychologische basisbehoeften. Goed nieuws: die groei mindset kan ontwikkeld worden.

Weerzin tegen experimenteren

Het is meer dan veertig jaar geleden dat David naast mij paarden tekende, maar ik moest er kort geleden aan denken. De aanleiding was een vraag die een deelnemer in de training Training Managen met Leiderschap bij Axis into Management mij stelde.
Patricks organisatie maakt een Agile transitie door en de ene medewerker pakt dit makkelijker op dan de andere. Eén van de medewerkers van een Scrum team weigerde te gaan experimenteren met deze werkwijze. Hij had zijn werk altijd op deze manier gedaan en hij was daar succesvol mee. Daar had hij ook bewijs van: een reeks van beoordelingen van de afgelopen jaren roemden inderdaad zijn resultaten. Wat kon daar verkeerd aan zijn?

Wat voor mindset heb jij?

Net als David lijkt deze medewerker een statische mindset te hebben. De psychologe Carol Dweck (1946) maakt onderscheid tussen een statische mindset en een op groei gerichte mindset. Met het eerste doelt zij op mensen die ervan overtuigd zijn dat intelligentie en talenten zijn aangeboren en dat je het daarmee moet doen. “Ik heb nu eenmaal geen wiskundeknobbel”, zeggen zij. Zij geloven in genieën die, zo ongeveer uit de baarmoeder kruipend, een pianoconcert geven.
Mensen met een groei mindset hebben een andere overtuiging. Intelligentie en talenten kun je ontwikkelen. Het zijn als het ware spieren die je kunt trainen. Je werkt meestal hard en je inspanningen zijn enorm, maar je bereikt meer dan je in eerste instantie denkt.
Wie heeft er gelijk? Wel, beiden. Iedereen heeft een mengvorm, maar je kunt er wel degelijk een verschuiving in aanbrengen.

Uit onderzoek blijkt dat mensen met een groei mindset gelukkiger zijn dan mensen met een statische mindset. Ze zijn ook avontuurlijker en meer geneigd om te experimenteren. Hoe zou het zijn om een schaap te tekenen, of een kasteel of een maankrater? David probeerde dat niet, omdat hem was verteld dat hij een bijzonder tekentalent had en hij dat demonstreerde door zulke mooie paarden te tekenen. Hij werd gewaardeerd als die goede tekenaar. David kon onttroond worden als hij een schaap zou tekenen, en daarin niet zou slagen. Waarom dat risico lopen? Mensen met een statische mindset proberen iemand te blijven[i], terwijl mensen met een groei mindset iemand willen worden, door te experimenteren, door uit te proberen, succes te hebben of te falen, en daarvan te leren.

Belemmering van autonomie

Er bestaat een verband tussen de twee mindsets en de vervulling van psychologische basisbehoeften (autonomie, competentie en verbinding).
Een statische mindset wordt versterkt door mensen te labelen als ‘geniaal’ of ‘dom’ of ‘getalenteerd’. Hier zit een sterk oordeel in. Mensen die toch al een statische mindset hebben vertalen dit onmiddellijk in de eigenschappen die zij hebben en die per definitie – voor hen – onveranderbaar zijn. Hun energie zal er daarom op gericht zijn om voortdurend te demonstreren hoe slim en getalenteerd zij wel niet zijn.
Dit werkt belemmerend op de vervulling van hun psychologische basisbehoefte aan autonomie. Dit is immers de behoefte om zelf richting te geven aan je leven, om niet gedwongen of gemanipuleerd te worden, om eigenaarschap te nemen voor je eigen handelen.
Ook je competentie komt onder druk te staan. Je staat je eigen leerproces in de weg. In de eerste plaats doordat je je energie richt op het vasthouden van je zelfbeeld en het beeld van jezelf dat je aan anderen laat zien. Anderzijds doordat het nalaten van experimenten je je leermogelijkheden ontneemt.
Tenslotte werkt het belemmerend in je relaties met bijvoorbeeld je collega’s. Je kunt nooit het achterste van je tong laten zien. Iedere collega is in feite een concurrent.

Managen van de groei mindset in wendbare organisaties

In moderne, meer wendbare organisaties is juist behoefte aan mensen met een groei mindset. Daar begon Patrick – de deelnemer van mijn training – mee. Door versnelde productintroducties en veeleisender klanten verandert de wereld steeds sneller. Organisaties die hier niet op anticiperen zijn geen lang leven beschoren. De vraag wordt daarom: kan je een groei mindset bevorderen? Kun je mensen met een voornamelijk statische mindset veranderen? Kun je iemand als Patrick – het jong veroordeelde tekentalent – overhalen om een schaap te tekenen? Het bevrijdende antwoord is ja, dat kan. Maar het duurt lang en vergt volharding. Dit zijn in ieder geval drie belangrijke stappen:

  1. Uitspreken van waardering voor de juiste dingen

Iemand met een statische mindset wordt geprikkeld door het uitspreken van waardering voor zijn resultaten. Hij is daarom, bij succes, geneigd om dit voortdurend te herhalen. Immers, waarom zou je het risico op falen aangaan? Daarom is het belangrijk om in je managementpraktijk juist aandacht te vestigen op het proces van totstandkoming, tussentijdse stappen te vieren en met elkaar op zoek te gaan naar mogelijkheden om dit nog verder te verbeteren. Juist het experimenteren, het zoeken van nieuwe leerstrategieën moet je als manager waarderen.

  1. Wijze van omgang met tekortkomingen

Moet je dan ongeacht het resultaat je medewerkers blijven complimenteren? Nee, zeker niet. Voor je het weet heb je snowflakes[ii] om je heen verzameld. Falen is niet erg, maar de medewerker moet er wel iets van leren. Het gaat om de ontwikkeling van nieuwe vermogens om resultaten mogelijk te maken.

  1. Niet de regels maar de bedoeling

Je zou als manager vooral aandacht moeten hebben voor de bedoeling van de organisatie, de afdeling, het team of het individu. Niet voor het volgen van de regels. Ik pleit hier niet voor ’het doel heiligt de middelen’, maar wel voor het verschuiven van het zwaartepunt van regels naar bedoeling.

Een sociale context die een groei mindset bevordert

Bovenstaande tips zijn nog maar het begin. Organisaties die een Agile transitie doormaken, zoals die van Patrick, vormen een traditionele sociale context. Ik doel hiermee op de organisatiestructuur, de organisatiecultuur, de stijl van leiderschap en de waardering van kennis en vaardigheden. De bestaande sociale context kan belemmerend zijn voor de ontwikkeling van een groei mindset. Het is dan ook cruciaal dat managers aandacht besteden aan de systematische ontwikkeling van een sociale context die mensen met een instelling om te experimenteren en te leren verwelkomt. Een groei mindset is besmettelijk. Geen paard, maar als er één schaap over de dam is volgen er meer.

[1] De marsmellow test geeft inzicht in het wel of niet uitstellen van behoeftebevrediging. een mooi filmpje erover zie je hieronder.

[i] Het zou mij niets verbazen als de statische mindset rechtstreeks verbonden is met het bedriegers syndroom: wanneer ontdekken ze dat ik eigenlijk niks kan?

[ii] Snowflakes zijn mensen die uitermate kwetsbaar zijn en langdurig overstuur zijn als zij op een tekortkoming worden gewezen.

Vervullen van de psychologische basisbehoeftes kun je leren

Wil je leren hoe je leiding geeft aan wendbare organisaties, een optimale samenwerking bereikt en hoe je als manager dàt doet waar je verantwoordelijk voor bent? Axis into Management geeft in haar impactvolle trainingen managers inzicht in hun eigen patronen en biedt praktische handvatten voor de dagelijkse praktijk.
In een paar maanden observeer, analyseer je de situaties op je werk met een nieuwe bril en leer je interveniëren op een manier die werkt.
Met als resultaat:

  • pro-actieve medewerkers
  • met energie en met plezier wordt samengewerkt
  • resultaten in de lijn van de bedoeling van de organisatie
  • een rustiger hoofd en meer zelfvertrouwen
  • begrijpen wat er om je heen gebeurt en grip op steeds veranderende vraagstukken.

Meld je nu aan voor een kennismaking

Ik nodig je van harte uit voor onze eerstvolgende  Training Managen met Leiderschap-1 Of stap eerst binnen op onze gratis Kennismakingsavond in Utrecht. In onze agenda kun je de data en meer informatie vinden.
Ik leg uit wat de management methodiek Common Sense van Axis into Management inhoudt en hoe we werken  met de psychologische basisbehoeftes van de mens. Ik informeer je graag hoe de training is opgebouwd, welke literatuur we gebruiken en niet onbelangrijk: wie ben ik als trainer. Natuurlijk kun je al je vragen stellen. Ik verwelkom je graag!
Komen de data in onze agenda je niet goed uit, bel of mail me dan met vragen over deze impactvolle training. Mijn gegevens vind je onder mijn naam.

Jasper Doornbos

In mijn opdrachten bij organisaties en in onze Leiderschapstrainingen zie ik het vaak. Managers voelen zich regelmatig eenzaam, beklemd en gestrest. En dat werken ze onbewust zelf in de hand. Herken je dit? Een nachtje doorhalen om een probleem op te lossen en je team de volgende dag instructies geven? In deze blog vertel ik je hoe belangrijk het is dat je weer mens wordt op je werk, in plaats van een rol speelt. Want in echte verbinding is geen eenzaamheid. Dan werk je samen. 

Jij, als manager, ziet de wereld echt anders dan die werkelijk is. Dat komt door jouw macht. Wanneer jij ergens komt, gaan mensen om jou heen anders acteren. Dat gebeurt gewoon. Hoe geliefd je misschien ook bent. Dat doe je zelf ook als een hogergeplaatste collega bij jou in de lift stapt terwijl je net uitgebreid aan het vertellen was over een uit de hand gelopen feestje. Er zijn subtielere voorbeelden: Drie weken voor de beoordelingsrondes een van je teamleden nog een pittige opdracht geven. En ’s middags en passant zeggen, met de beste bedoelingen: “Oh, kan je beoordeling naar de middag worden verplaatst over drie weken?”. Wat er bij jouw teamlid gebeurt van binnen krijg jij (meestal) niet mee. Je reageert en handelt naar wat er zich in jouw blikveld afspeelt.

De negatieve impact van macht
Autonomie, verbinding en competentie. Alle drie belangrijk voor goed functionerende teams. Deze drie factoren staan onder druk wanneer er macht in het spel is. In meer of mindere mate natuurlijk.

  • Autonomie beschrijf ik als het echt zelf willen van medewerkers, er zin in hebben, vrijwillig bijdragen, eigenaarschap nemen, niet gedwongen, onder druk gezet worden. Zodra je het gevoel krijgt gemanipuleerd te worden ga je je daar – heel gezond! – aan onttrekken.
  • Competentie: iets voor elkaar krijgen, in beweging zetten, een verschil maken, iets teweeg brengen. Je hebt een goed idee en volgens de regels in jouw bedrijf maak je een notitie die je indient bij het MT. Daar hoor je niets meer van. Dat doe je misschien nog twee keer en dan niet meer. Demotivatie is gegarandeerd.
  • Verbinding betekent ertoe doen, erbij horen, gewaardeerd en gerespecteerd worden door je collega’s. Mensen zijn sociale wezens die elkaar nodig hebben. Het elkaar onthouden van deze gevoelens leidt tot eenzaamheid. En hoeveel mensen voelen zich wel niet eenzaam in een organisatie?

Je hier bewust van worden dat het vaak zo werkt, is als de eerste stap.

Wat geeft een eenzaam gevoel?
De gemiddelde manager wordt verantwoordelijk gesteld voor het behalen van resultaten. Hij heeft echter zijn team nodig heeft om die resultaten te behalen. Eigenlijk kan hij niet daarvoor verantwoordelijk worden gesteld, die verantwoordelijkheid hebben de medewerkers. Daarmee is hij afhankelijk van hun presteren. Deze spanning denken managers te kunnen pareren door het inzetten van hun bevoegdheden: het geven van instructies, het (dreigen met) beoordelen, het rechtstreeks onder druk zetten. Dit gaat ten koste van de relatie, de verbinding met de medewerkers en het team. En dat kan weer zorgen geven en een eenzaam gevoel oproepen. Deze kromme belegging van verantwoordelijkheden in bedrijven is vaak de reden van de meest geuite wens in de leiderschapstrainingen: “Hoe krijg ik mijn team zo ver dat ze…”. En als we zo denken zijn we niet in verbinding. Niet met onszelf, niet met elkaar en niet met de organisatie.

Begin met praten met elkaar, en jij, manager, luister eens. En vraag door, zodat je bij de dieperliggende problemen komt. Waar echt gepraat wordt, ontstaat verbinding. En wie verbinding ervaart wordt weer mens.

Je hebt wel een keuze
Wat ik vaak merk in de Leiderschapstrainingen is dat er wordt ervaren dat men klem zit. Geen ruimte in het hoofd ervaren om een andere keuze te kunnen maken, het anders te doen. Met de methodiek die wij inzetten ga je echt anders kijken. Naar jezelf en je omgeving, de situaties waarin je verkeert. Dat geeft vaak pijnlijke inzichten ‘at first’ maar een gevoel van vrijheid en ruimte komt vlak daarna.
“Ik heb weer lucht!”, was misschien een van de mooiste uitspraken van een deelnemer.

De volgende keer werk je misschien niet een nacht door aan het oplossen van het probleem maar haal je je team bij elkaar en zegt: “Er is een probleem, en dat wil ik graag samen met jullie bespreken en aanpakken”.

Managen van productiviteit en tevredenheid kun je leren
Wie wil leren hoe je leiding geeft met respect voor psychologische basisbehoeften nodig ik van harte uit voor onze eerstvolgende  Training Managen met Leiderschap-1 Of stap eerst binnen op onze gratis Kennismakingsavond in Utrecht. In onze  agenda kun je de data en meer informatie data vinden.

Daar leg ik je uit wat de management methodiek Common Sense inhoudt, hoe de training is opgebouwd en maken we persoonlijk kennis. Ik ben de trainer en verwelkom je graag. Komt het niet goed uit, bel of mail me dan met vragen over deze impactvolle training. Mijn gegevens vind je onder mijn naam.

Jasper Doornbos

 

Voor onze alumni, (voormalige) opdrachtgevers en deelnemers aan de trainingen ‘Managen met Leiderschap’ een bundeltje Michael Bres. De beste zes blogs van zijn hand met elk zes inspirerende Common Sense tips.

PDF 36 beste Common Sense tips

Over problemen ontwikkelen in plaats van meteen op te lossen, de rol en taak van jou als manager, je ego en meer zinnige adviezen over leiderschap. Eén ding weet ik zeker: je bent weer een stap dichterbij het bouwen van een wendbaar, proactief en energiek team.

Veel leesplezier,

Michael Bres

We zijn blij, net als iedereen, dat we weer mogen. Dus wij beginnen met gezond verstand en de vereiste RIVM maatregelen weer met nieuwe leergangen van onze training ‘Managen met Leiderschap’. Op 2 september start de eerstvolgende. Kijk voor meer informatie hier.

Op 11 juni gratis kennismaken
Nog wat vragen, wil je meer horen over de praktisch en inspirerende methodiek Common Sense die we toepassen of zien wie ik de trainer is? Kom dan donderdagavond 11 juni naar Utrecht. In anderhalf uur vertel ik je meer en beantwoord ik je vragen.

Jasper Doornbos

 

Boekentip ‘Master your motivation’, Susan Fowler (2019)

De kamer was helemaal wit. In het midden stond een hoge, ruwe houten tafel, met zes hoge krukken er omheen. De ramen bestonden uit melkglas en je kon enkel de schimmen van voorbijgangers ontwaren. Er hing moderne kunst. In die hippe ruimte had ik afgesproken met Bert, die ik twee jaar eerder voor het laatst had ontmoet. Bert had een opdracht die hij met me wilde bespreken. Precies om één uur betrad hij de kamer en ik was verbijsterd. Minstens twintig kilo lichter. Hij zag mij geschokt kijken en schoot in de lach: “Yep, toch gelukt!”. Al jaren wilde hij, als zovelen van ons, afvallen. Hij had van alles geprobeerd, van brood-diëten tot pillen, van hardlopen tot squashen. Niets werkte. Vooral omdat hij het nooit volhield. En iedere keer een klein beetje extra aankwam.

Klinkt bekend? Lees dan door! Ik vroeg hem natuurlijk welke ontdekking hij had gedaan. “Het was eenvoudig”, begon hij. “Ik bracht mijn vijftienjarige dochter naar voetbal. Vanaf de achterbank zei ze voor het eerst dat ze zich heel veel zorgen maakte om mijn gewicht. Toen ik haar vroeg waarom, vertelde ze me dat haar moeder ook al een slechte gezondheid had en ze was zo bang dat ze alleen achterbleef als we allebei zouden overlijden.” Bert slikte even toen hij dit zei. Het ontroerde hem nog. “Er knapte iets bij mij. Van de ene dag op de andere heb ik mijn eetpatroon drastisch aangepast. En ik zeg je: het kost me geen enkele moeite om dit vol te houden.”

In je waarden zit je motivatie

Destijds had ik er nog niet de taal voor, maar Bert beschreef mij een verschuiving in de aard van zijn motivatie om af te vallen. Hij poogde niet langer gewicht te verliezen omdat hij dan beter voor de dag kon komen, omdat hij een knappere verschijning zou zijn of omdat hij dan weer in zijn oude kleren paste. Hij wilde gezond leven omdat hij er wilde zijn en blijven zijn voor zijn dochter, van wie hij zielsveel hield.

In 2019 verscheen ‘  ‘Master your motivation’   van Susan Fowler, dat over dit soort verschuivingen gaat. Het 178 pagina’s tellende boek is opgedeeld in drie delen.

  1. In het eerste deel beschrijft Fowler de wetenschap achter het fenomeen motivatie. Gebruik makend van het werk van Richard Ryan en Edward Deci (2018) licht zij de drie psychologische basisbehoeften van mensen toe. Dit zijn achtereenvolgens de behoeften aan: autonomie, competentie en verbinding.
    De vervulling van deze behoeften resulteert in motivatie van een bepaalde kwaliteit. Zij stelt: hoe beter de vervulling, hoe hoger de kwaliteit van de motivatie en in het vervolg hiervan, hoe creatiever, gezonder en productiever mensen zijn. Daarmee eindigt dit deel: hoe kun je zelf zorg dragen voor het vervullen van jouw psychologische basisbehoeften. Oftewel, hoe word je meester van de je eigen motivatie?
  2. Het tweede deel is gewijd aan de regelkring rondom het vervullen van je psychologische basisbehoeften. Fowler onderscheidt drie fasen. De eerste fase bestaat uit het verkrijgen van inzicht in je huidige aard van motivatie. Bijvoorbeeld: bezoek je de sportschool omdat je je nu eenmaal hebt ingeschreven en je je zou schamen als je het sporten zou nalaten? Dan is er sprake van een ‘imposed motivation’. Ga je naar de sportschool omdat je jezelf definieert als een lichamelijk gezond persoon, dan heet dit een ‘integrated motivation’. In de tweede fase gebeurt het echte werk: daar verschuif je je motivatie. Dit doe je door opzoek te gaan naar je waarden. Wat vind je belangrijk in het leven? En vooral: waarom? Aan de hand van je antwoorden geef je een alternatieve invulling aan je psychologische basisbehoeften. In de laatste fase reflecteer je op je keuzes, nadat je deze in de praktijk hebt gebracht.
  3. Het derde deel heeft betrekking op alle redenen waarom je niet in beweging zou kunnen komen. Organisaties nemen vaak maatregelen die, onbedoeld, een ravage aanrichten in de motivatie van managers en medewerkers. Wortels en stokken worden genoemd, maar ook dramatische wijzen van feedback geven.
    Fowler sluit af met de vraag of mensen überhaupt kunnen veranderen. Zo niet, dan is het zinloos om eraan te beginnen. Wetenschappelijk onderzoek wijst echter op het tegenovergestelde: mensen zijn gemaakt om te leren en zich te ontwikkelen.

Hoe dan?

‘Master your motivation’ is geschreven in de rijke Amerikaanse traditie van de zelfhulp. Het gaat uit van de maakbaarheid van jezelf, van organisaties en van de samenleving. Het is gericht op voortdurende vooruitgang, waarvoor in de Verlichtingsfilosofie de basis werd gelegd. De tekst is makkelijk leesbaar, heeft een heldere structuur en bevat verhelderende voorbeelden uit haar eigen praktijk. Er worden kleine uitstapjes gemaakt naar wetenschappelijk onderzoek. Sommige lezers zullen dit prettig vinden. Ik vind het jammer, omdat ik vooral wil weten waarom iets werkt. Dat tilt een tekst op tot boven het niveau van trucjes. Maar misschien is dit boek bedoeld voor een ander publiek en ik respecteer dat.

Susan Fowler heeft een missie en dat is bewonderenswaardig. Zij helpt haar klanten om hun eigen drijfveren te ontdekken, en om hier verder vorm aan te geven. Dit maakt de levens van deze mensen een beetje beter. En daarmee ook de wereld. Dit boek gaat over haar praktijk. Hoewel de inhoud makkelijk leest, ligt de uitdaging uiteraard in het toepassen van het gedachtegoed. De regelkring, bestaande uit de fasen identificeren, verschuiven, reflecteren, hebben betrekking op het percipiëren van je eigen motivatie. De verschuiving treedt op in de perceptie en daarmee verander je je ervaring van de werkelijkheid. En dit kan, zo laat Fowler ons zien, leiden tot diepgaande verandering.
De dochter van Bert zal hiermee eens zijn.

Wat is de connectie met Common Sense Management?

De vervulling van psychologische basisbehoeften staat centraal in Common Sense Management. In onze opdrachten en onze trainingen kun je hier op twee manieren tegenaan kijken. De ene manier is niet beter dan de andere.

  1. Je kunt de instrumentele benadering kiezen. De redenatie is dan: managen met respect voor de psychologische basisbehoeften van alle betrokkenen leidt tot een betere kwaliteit van motivatie. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat dit resulteert in meer creativiteit, gezondheid en productiviteit. Dat is ook onze praktijkervaring. Organisaties willen dat.
  2. Maar er is ook andere benadering. De vervulling van psychologische basisbehoeften leidt gewoon tot gelukkigere managers en medewerkers. Dat heeft waarde van zichzelf en behoeft geen verdere verantwoording.


Managen van productiviteit en tevredenheid kun je leren
Wie wil leren hoe je leiding geeft met respect voor psychologische basisbehoeften nodig ik van harte uit voor onze eerstvolgende  Training Managen met Leiderschap-1 Of stap eerst binnen op onze gratis Kennismakingsavond op donderdagavond 11 juni in Utrecht. Daar leg ik je uit wat de management methodiek Common Sense inhoudt, hoe de training is opgebouwd en maken we persoonlijk kennis. Ik ben de trainer en verwelkom je graag. Komt het niet goed uit, bel of mail me dan met vragen over deze impactvolle training. Mijn gegevens vind je onder mijn naam.

Jasper Doornbos

“Niemand heeft een natuurlijk gezag over anderen, macht brengt geen rechten met zich mee en rechtmatig gezag kan alleen gebaseerd zijn op wederzijds begrip”. Jean-Jacques Rousseau zei het al in 1762, maar het principe is nog steeds actueel. Zeker voor managers die opereren in een Agile omgeving: wederzijdse instemming is een belangrijk fundament voor afspraken over samenwerking, om zo waarde toe te voegen. In onze Common Sense filosofie gaan we zelfs eens stapje verder: vrijheid van handelen, autonomie en wederzijdse instemming zijn basisvoorwaarden voor verdiend vertrouwen. En vertrouwen in teams is essentieel voor een hoge tevredenheid en top prestaties van teams.

 Allemaal mooi en aardig, maar hoe houd je het werkbaar als je het maken en nakomen van afspraken moet baseren op wederzijdse instemming? Een organisatie is toch geen democratie? Hoe lang gaat dat wel niet duren? En waarom is dit principe zo belangrijk voor managers die opereren in een Agile omgeving? Hoe kun je zo’n proces inrichten zonder dat het chaos wordt?
Zes tips hoe je in alle soorten teams de samenwerking verbetert, minder hoeft te sleuren en trekken als manager en werkt aan meer betrokkenheid en energieke, tevreden medewerkers.


Tip 1: Maak met elkaar duidelijk wat de onderlinge verhoudingen zijn
Bij het ontwikkelen van samenwerking is wederzijdse instemming een belangrijke grondslag voor het nemen van besluiten en het maken en uitvoeren van afspraken. Misschien heb je nu al visioenen over een mogelijke democratische revolutie in je team.  Denk je in termen als ‘wie het weet mag het zeggen’, of  ‘wie de baas is mag het zeggen’?
In het laatste geval wordt het lastig managen in een Agile omgeving. Wat is anders de waarde van de retrospective, week- en dagstarts of sprintplanning sessies? Waarom dan al die ceremoniële moeite voor de inbreng en inspraak van medewerkers? Er gloort hoop: het werken aan wederzijdse instemming betekent niet dat je bent overgeleverd aan een democratische besluitvorming met anarchistische trekjes. Dat zou ook niet werkbaar zijn.

Mijn advies: Discipline en plichtsbesef zijn in Agile teams en ook in de Common Sense methodiek belangrijke principes. Ze komen echter niet voort uit jouw positie en zeggenschap als manager. Voorwaarde is dat medewerkers vanuit hun eigen vrije wil instemmen met de aan jou gedelegeerde verantwoordelijkheid tot het nemen van beslissingen. Simpel gezegd: mag jij de baas zijn?
Dit is een zeer krachtig principe, dat door sommige managementdenkers wordt benoemd als ‘de piramide op zijn kop’ of ‘verdraaide organisaties’. Volgens Rousseau kunnen discipline en plichtsbesef alleen bestaan omdat medewerkers vrij zijn in hun keuze om rechten af te staan. Bijvoorbeeld door het erkennen van de onderlinge rollen en het accepteren van de spanningen die hieruit voortkomen. Dit werkt echter alleen als het wederkerig is en je beslissingen baseert op overleg met het team, medewerkers en het hogere management, zowel via formele als informele circuit. Er is een verschil tussen beslissen zonder overleg, in overleg en na overleg. En jij, manager, bent nog altijd degene die de beslissingen vaststelt.


Tip 2: Zie de samenwerking als een sociaal contract
Als samenwerken in onze aard  ligt, ongeacht de gewenste uitkomst, waar dienen organisaties dan voor? En waartoe ben je eigenlijk samen in bedrijf? De organisatie, medewerkers en jijzelf hebben allemaal verschillende belangen en streven eigen doelen na. Dat alle neuzen dezelfde kant op wijzen, is een nobel streven, maar moeilijk te realiseren. En als ze allemaal dezelfde kant op wijzen wordt het bijzonder saai en weinig inspirerend. Niemand durft dan meer met een ander perspectief te komen. De neuzen dezelfde kant op krijgen op basis van jouw kennis, positie of gezag is dodelijk vermoeiend en niet duurzaam van aard (lees ook: Alle neuzen dezelfde kant op? Bijzonder saai en niet effectief bij veranderingen)

Mijn advies: Zie de (Agile) samenwerking als een sociaal contract waarmee alle betrokkenen zich om uiteenlopende redenen, maar altijd uit eigenbelang, met elkaar verbinden. De verhoudingen en samenhang in de samenwerking, al dan niet gebaseerd op Agile principes, komen dan voort uit wederkerige afspraken en overeenkomsten. Alleen als je deze gedachte helemaal aanvaardt, kun je samenwerking überhaupt baseren op de kracht van wederzijdse instemming. Een belangrijk uitgangspunt is daarom dat je een organisatie beziet als een samenhang van overeenkomsten en afspraken waarmee een platform ontstaat voor de samenwerking tussen mensen. Rousseau zou dit een sociaal contract noemen.


Tip 3: Maak afspraken over hoe je tot afspraken komt
Kun jij waarderen dat jouw teamleden de gestelde doelen en jouw opdrachten kritisch bevragen en ter discussie stellen ? Betrek je hen bij het ontwikkelen van deze doelstellingen, opdrachten en de beoogde resultaten? Kunnen zij daarover meepraten?
Door inbreng van medewerkers toe te staan, maakt hun eigenbelang ook deel uit van de werkomgeving. Dit vraagt wel om gelijke informatie, gelijke inbreng en veiligheid daartoe voor iedereen die betrokken is bij de samenwerking. Maar hoe zorg je ervoor dat aan deze randvoorwaarden wordt voldaan? Hoe laat je ‘het maken van afspraken over afspraken’ efficiënt en effectief verlopen?

 Mijn advies: Wederzijdse instemming komt alleen tot stand bij een goed en gestructureerd overlegproces dat duidelijk maakt hoe afspraken en besluiten tot stand komen. De Agile ceremonies zijn hiervoor zeer geschikt. Daarvoor is het belangrijk dat elke medewerker een formele positie heeft en dat er een hiërarchie in de organisatie is. Tegelijkertijd ontstaan formele posities en hiërarchie juist door afspraken die gebaseerd zijn op wederzijdse instemming (zie tip 1). Door de rolduidelijkheid die hierdoor ontstaat wordt inspraak en zeggenschap gelegitimeerd: wie gaat waarover en waarom? Dat geeft een enorme opluchting en vrijheid waardoor het proces van afspraken maken als vanzelf efficiënt en effectief wordt. Je kent het misschien ook uit je privé situatie: afspraken die met wederzijdse instemming tot stand komen worden breder gedragen en zijn beter uitvoerbaar dan afspraken die eenzijdig worden bepaald.

 

 

Tip 4: Mag alles er zijn? Creëer veiligheid, wees open, integer en concreet
Het maken van afspraken en nemen van besluiten op basis van de wederzijdse instemming vraagt om ‘verlicht’ management en ‘verlichte’ medewerkers die zich uitspreken, invloed uitoefenen, leiding aanvaarden en een gemeenschappelijke oriëntatie hebben (werken aan de bedoeling van de organisatie). Het is een hele klus om dit voor elkaar te krijgen en een mogelijke verklaring waarom het vaak enkele jaren kost om een organisatie Agile ‘te maken’. Vooral als medewerkers zich niet vrij en professioneel kunnen uitspreken, onderlinge problemen niet worden benoemd en confrontaties worden vermeden. Dit is niet bevorderlijk voor de wederzijdse instemming en daarmee belemmerend voor de samenwerking.

Mijn advies: Jij hebt als manager de verantwoordelijkheid om te zorgen dat alle betrokkenen in staat zijn om afspraken te maken met wederzijdse instemming. Hoe creëer je een omgeving waarin dat kan? Ik reik daarvoor dezelfde handvatten aan als in mijn blog over hoe je problemen sociaal maakt.
Je komt dan in een situatie waarin de inbeelding, indrukken, invallen en intuïtie van medewerkers tot je beschikking staan. Voorwaarde is dat je als manager open, integer en concreet moet zijn en de bereidheid moet hebben om alle aspecten die een rol spelen bij het maken en nakomen van afspraken in het afsprakenproces te betrekken. Hoe socialer (alles betrekken) je het proces maakt, des te sterker is de wederzijdse instemming met de afspraken en besluiten die daaruit voortkomen. Neem de tijd om afspraken te maken die werken.

Tip 5: Het met elkaar eens zijn dat je het on-eens bent is ook een vorm van wederzijdse instemming
Natuurlijk bent je het niet altijd met elkaar eens over de besluiten en afspraken. Er is zelden sprake van een volledige overeenstemming en dat is inderdaad problematisch voor de productiviteit en welzijn van een team.
Bij het nastreven van overeenstemming verzand je gemakkelijk in eindeloze discussies. Het sociaal maken van het ontwikkelproces van afspraken en besluiten (tip 4) klinkt dan wel aardig, maar kan ook belemmerend zijn voor de effectieve totstandkoming van besluiten en afspraken. Het is dan verleidelijk om het besluit te dicteren, door te drukken. Niet handig voor de langere termijn maar wat dan wel?

Mijn advies: Streef in het overleg waar afspraken worden gemaakt altijd naar ‘wilsovereenstemming’. Daarvoor moet het overleg allereerst georganiseerd zijn (tip 3) en moet er sprake zijn van een veilige situatie waarin medewerkers zich durven uit te spreken (tip 4). Het kost misschien veel geduld maar zorg ervoor dat verschillende meningen en perspectieven op tafel kunnen komen. Het kan dan ook duidelijk worden dat ‘we het oneens’ zijn. Deze duidelijkheid is ook een vorm van wilsovereenstemming. Iedereen heeft immers een bijdrage kunnen doen, heeft inspraak, is onderdeel van de situatie, wordt gezien en gehoord. Vanuit daar weer werken naar consensus wordt een stuk makkelijker.

 

Tip 6: Wederzijdse instemming sluit opdrachten geven niet uit
Natuurlijk wordt van jou in sommige situaties verlangd dat je daadkrachtig, doortastend en vooral sturend optreedt. De betere samenwerking is niet voor niets gebaseerd op gedelegeerde verantwoordelijkheden (tip 1). Wederzijdse instemming is juist de ultieme legitimatie om directief leiding te geven wanneer de situatie daarom vraagt. Je hebt immers mandaat.
Maar waar ligt de grens, waar moet je op letten?

Mijn advies: Directief optreden kan alleen gebaseerd zijn op wederzijdse instemming. Oftewel, we maken niet voor niets afspraken en door de wederzijdse instemming is het legitiem om deze aan te spreken. Begrijp mij niet verkeerd, je spreekt dan niet de medewerkers aan in persoon maar op de gemaakte afspraken. Je baseert het leidinggeven op de gemaakte afspraken en genomen besluiten. Het is immers jouw verantwoordelijkheid om de uitvoering daarvan te bewaken, afwijkingen te benoemen en nieuwe inzichten in overleg te brengen. Bij afspraken die gemaakt zijn met wederzijdse instemming is het ‘gemeenschappelijke begrip’ de baas. Dit begrip ‘dicteert’ hoe medewerkers acteren, en hoe zij zich gedragen. Jouw taak is om dit te bewaken, afwijkingen sociaal te maken (zie tip 4) en in gesprek te blijven. Bijvoorbeeld over nieuwe inzichten die ontstaan bij het uitvoeren van afspraken, feedback te vragen over de uitvoering en afwijkingen bespreekbaar te maken.

Leidinggeven door middel van opdrachten en besluiten is niets mis mee. Een opdracht of besluit van jou is geen dictaat als je dit baseert op de aan jou gedelegeerde verantwoordelijkheden. Welke verantwoordelijkheden had jij ook al weer?

Michael Bres

Abonneer je op op onze nieuwsbrief
Elke maand de bundeling van onze tips, blogs van de managementvloer, inspirerende gastbloggers en tips over dé managementliteratuur in je mail? Schrijf je hier  in!

Axis into Management heeft een nieuwe werkvorm ontwikkeld waarmee je de samenwerking van je team op een speelse maar effectieve manier kunt toetsen. ‘How high performing is your team?’ (werktitel) speel je met minimaal 3 teamleden en maximaal 9.
We bieden de game in twee varianten aan: online èn op locatie want deze werkvorm is ook prima uit te voeren in de anderhalve meter samenleving.

We zoeken teams die met ons deze nieuwe werkvorm willen testen. Er zijn geen kosten aan verbonden alleen maximaal 2.5 uur van jullie tijd.
Wat jij ermee opschiet? Je leert welke factoren bepalend zijn voor een goede samenwerking en je kunt beter duiden hoe jijzelf en jouw teamgenoten over het thema samenwerken denken. Welke overtuigingen zijn leidend en helpen om beter met elkaar samen te werken of staan dat juist in de weg. Je krijgt inzicht in waar jouw team in excelleert en wat nog aandacht nodig heeft. Onder professionele begeleiding, zodat je niet met alleen inzichten maar ook met praktische verbetertips aan de slag kan.
En wij? Wij ontvangen graag op alle vlakken jullie feedback en loven een prijs uit voor de beste suggestie voor een titel voor dit nieuwe spel.

Jan–Sake Kruis, Agile Master en geestelijk vader van de game ‘How Agile are you? ’ is razend enthousiast over deze nieuwe game die nog in de demo fase zit.
“In onze Common Sense filosofie draait het in de kern om het analyseren en verbeteren van samenwerking. In teams, in organisaties en bij grote veranderingen. We helpen managers leiderschapskwaliteiten en management methodieken te ontwikkelen, die ervoor zorgen dat teams optimaal presteren, pro-actief zijn en bruisen van de energie. Kortom high performing worden”.

Een gemeenschappelijk beeld over samenwerken
Jan-Sake vertelt verder: “In deze werkvorm komen inzichten naar voren die je constructief en gericht met elkaar kunt bespreken. De werkvorm belicht de aspecten die noodzakelijk zijn voor een optimale samenwerking:

  • Reflectie op het functioneren van het team en haar omgeving in de praktijk
  • Een open, verhelderend gesprek over de mindset en overtuigingen van elk teamlid over het begrip samenwerken
  • Het ontwikkelen van een gemeenschappelijk beeld over de eisen en verwachtingen die horen bij een high performing team
  • Inzicht in effectieve leiderschapsstijlen
  • En misschien nog wel het belangrijkste de eisen die aan de omgeving worden gesteld

Hoe werkt het?
We vertellen natuurlijk niet alles, onderga de werkvorm met elkaar, maar dit is handig om te weten:

  • Alle teamleden beantwoorden eerst een aantal vragen over samenwerken. Dat doe je in alle rust zelf in de bijbehorende App.
  • Op basis van jullie antwoorden bespreken we gezamenlijk de onderwerpen die we eerst samen kiezen en die het meeste inzicht geven over jullie team.
  • Om iedereen genoeg spreektijd te kunnen geven werken we het liefst met maximaal 10 deelnemers.
  • De werkvorm neemt minimaal een uur in beslag, maar als er mooie gesprekken ontstaan en er veel te leren valt, kunnen we er zomaar twee tot drie uur aan besteden.
  • Een veilige omgeving is een vereiste voor goede samenwerking. Daarom werken wij ook samen in een voor iedereen fysiek veilige omgeving. Dat kan op locatie zijn op anderhalve meter, maar het kan ook online. Voordat we beginnen, spreken we met elkaar af wat een veilige omgeving voor jullie nog meer betekent.
  • Deze werkvorm is geschikt voor alle teams in alle omgevingen, dus zeker niet alleen voor Agile teams”.

Hoe kan ik mijn team aanmelden?
Stuur een mail naar Jan-Sake Kruis of bel hem voor meer informatie en het plannen van een moment en locatie.

Meer weten?
Als je op de link van Jan-Sake klikt vind je ook al zijn blogs.   Hier vind je vind je meer informatie ons Common Sense gedachtegoed en verderop op deze pagina de Agile Game.

Abonneer je op op onze nieuwsbrief
Elke maand de bundeling van onze tips, blogs van de managementvloer, inspirerende gastbloggers en tips over dé managementliteratuur in je mail? Schrijf je hier  in!

 

 
* verplicht