Zes common sense tips voor een gemeenschappelijke focus

7 oktober 2013 Michael Bres 1403

Hoe u realiseert dat alle neuzen in de goede richting staan!

Een nieuw team van directeuren en managers viert de doorstart van een organisatie. Na een traject van reorganiseren en revitaliseren gaat het met frisse moed aan de slag met de nieuwe, heldere visie, missie en doelstellingen. De algemeen directeur complimenteert het team voor de bereikte resultaten en bedankt de leden voor de geleverde inspanningen. De motivatie is top en iedereen wil hetzelfde als de bedenker van  de plannen. Alle neuzen staan in dezelfde richting. Maar is dat echt zo? En is het wel nodig? Wij geven u zes tips.  

Tip 1: Realiseer u dat iedereen eigen bedoelingen heeft

Al snel na de kick-off bijeenkomst blijkt het draagvlak voor het nieuwe beleid toch niet zo groot. Er is kritiek en er zijn veel vragen, vooral bij de koffiemachine. Ook zijn er medewerkers die ‘het spelletje meespelen’ en ondertussen hun eigen gang gaan. Soms staat dat haaks op het nieuwe beleid. Ons advies: realiseer u dat het onmogelijk is alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Zeker als uw nieuwe plannen niet het resultaat zijn van een gezamenlijke doelbepaling. Hoe weet u dan of uw collega’s hetzelfde willen als u? Wees realistisch en besef dat iedere betrokkene eigen bedoelingen heeft. Dat is een beter uitgangspunt voor het realiseren van de gezamenlijke bedoelingen.

Tip 2: Ieder zijn neus een eigenwijze kant op

De directeur klaagt al snel over de betrokkenheid en inzet van ‘zijn’ managers en directeuren. Hij vraag zich af wat er over is van de positieve energie en het draagvlak dat hij vakkundig heeft gecreëerd. Blijkbaar heeft niet iedereen de boodschap goed begrepen. Diegenen mogen zich verheugen op extra aandacht en krijgen nogmaals uitgelegd wat de bedoeling is. De directeur trekt daarbij de hele trukendoos open. Ons advies: spaar uw energie! Het is erg vermoeiend om continu te trachten alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. Dat gaat u toch niet lukken (zie tip 1). Vraag betrokkenen in welke richting hun neus staat en doe uw voordeel met het antwoord. Misschien moet u er eens vanuit gaan dat het helemaal niet nodig is dat alle neuzen dezelfde kant op staan. Dat geeft u een ander en realistischer perspectief om leiding te geven.

Tip 3: Maak de gewenste richting gemeenschappelijk

In plaats van het probleem te bespreken, besluit de directeur nogmaals uit te leggen wat de bedoeling is. Hij is een begenadigd verhalenverteller en weet het allemaal heel goed te verkopen. Zo worden de mensen gemotiveerd om te gaan doen wat hij, als bedenker van de plannen, wil. Ons advies: stop met motiveren! Steek energie in het gemeenschappelijk maken en structureren van de problemen die uw collega’s ondervinden bij het uitwerken en realiseren van de nieuwe plannen. Zij weten bovendien precies wat u aan het doen bent, dus u kunt beter een open en eerlijk gesprek voeren. Dat levert waarschijnlijk meer energie en motivatie op dan een peptalk.

Tip 4: Sta afwijkende meningen toe

De directeur volhardt in zijn aanpak. Het is ‘my way or the highway’. Dit leidt tot steeds meer spanningen. Er worden geen gesprekken meer gevoerd, maar slechts instructies gegeven. De directeur doet op zijn manier aan ‘management by walking around’ en vertelt overal waar hij komt hoe het moet. Afwijkende meningen worden niet getolereerd. Ons advies: aanvaard dat u zich in een ambigue en onzekere situatie bevindt. Er bestaan meerdere meningen en visies over de nieuwe plannen en hoe daaraan moet worden gewerkt. In plaats van deze de kop in te drukken, kunt u overwegen om afwijkende ideeën toe te staan. U kunt uw energie dan in iets anders steken. Bijvoorbeeld bewaken dat alles wat uw medewerkers doen te verantwoorden is naar de doelen van uw organisatie. Er ontstaat dan een interessante dynamiek.

Tip 5: Dicteer niet in welke richting de neuzen moeten staan

De directeur lijkt niet te beseffen dat wederzijdse instemming de enige grondslag is voor zijn rechtmatige gezag. Zijn inspanningen om te motiveren en stimuleren roepen steeds meer verzet op. Desondanks gaat hij door: iedereen moet hetzelfde willen als hij. Daarmee belemmert hij het proces van creatieve en open communicatie. Ons advies: faciliteer de vrije wil van medewerkers en maak afspraken op basis van (echte) wederzijdse instemming. Richt u op het bereiken van wilsovereenstemming over de nieuwe plannen en de uitvoering daarvan. Probeer een consensus te ontwikkelen in plaats van de neuzen in de door u gewenste richting te duwen. U zult merken dat dit een enorme opluchting geeft.

Tip 6: Ontwikkel een sociaal overlegproces

Gaat er dan helemaal niets goed met het nieuwe team? Natuurlijk wel. Er zijn inhoudelijk goede plannen, de directeur is zeer geïnspireerd en het lukt goed om de nieuwe visie onder woorden te brengen. De boodschap is consistent en wordt ondersteund. Dat met die neuzen gaat echter net iets te ver. Dit heeft geen rationele oorzaak, maar komt doordat het overlegproces niet sociaal wordt aangepakt. Ons advies: zorg voor een overlegproces waarin u problemen sociaal maakt en communicatief handelt. Dat bevordert de samenwerking sterk. Het is belangrijk dat u managet met ego en dat u de doelen van de organisatie altijd centraal stelt. Overdrijf het echter niet door te ‘eisen’ dat ieders neus in de door u gewenste richting wijst. Dat maakt het veel eenvoudiger om samen te werken aan gemeenschappelijke doelen.

Kijk hoe het ook kan. Zet het geluid maar lekker hard en doe lekker mee!