Het gaat beter met Jan Pompe

6 juni 2010 Axis into Management 678

Zijn eigen indringende relaas

Hoe Jan Pompe ‘het incident’ en de ontstane situatie heeft ervaren en ervaart, is te lezen in dit verslag van zijn hand. Zijn rechterhand welteverstaan, aangezien zijn linkerhand nog niet functioneert. Een indringend relaas over wat hem de afgelopen maanden is overkomen.

“Er is iets heel erg mis”

Het is maandagochtend 14 februari, 7 uur. De wekker gaat. Ik moet om 9.00 uur in Zwolle zijn om een managementteamvergadering te begeleiden bij een instelling waar collega en compagnon Michael een interim-klus doet. Dus snel uit bed en in de benen. Alleen, als ik opsta, is mijn linkerbeen net kauwgom en dan nog hele slappe. Bovendien heb ik hevige hoofdpijn, wat is er aan de hand???? Alle alarmbellen rinkelen terwijl ik door mijn slaapkamer strompel richting kamer of liever, richting telefoon! Ik moet snel iets regelen, er is iets heel erg mis.

Nauwelijks beweging links

Dit is alarmfase 1, zoveel is duidelijk. Met een laatste inspanning werp ik me op de bank en kan de mobiel van tafel pakken. Ik bel een vriendin/buurvrouw en zeg dat het echt mis met me is en vraag haar te komen. Ze is al onderweg, roept ze!!! Dan Michael gebeld dat er iets goed fout is en dat ze niet op me moeten rekenen vandaag. Michael neemt me gelukkig direct serieus. Mirjam komt boven, hijgend. Wat is er aan de hand?? We kijken beiden bezorgd naar mijn linkerarm en -been die nauwelijks meer willen bewegen. Mirjam ziet ondertussen ook dat mijn gezicht links aan het afhangen is. Ze belt snel de dokter, die na binnenkomst zegt: “herseninfarct of -bloeding”. We bellen de ambulance.

Via hoogwerker naar ziekenhuis

Met sirene komen ze de straat invliegen. Bovengekomen melden de twee, in krakende en glimmende pakken gestoken mannen dat ze mij niet de trap af zullen krijgen. Dus komt de brandweer met een hoogwerker en een minuut later zweef ik tussen de dakgoten (niet bewegen) richting de ziekenauto. Dan met gierende sirene naar het UMC. Daar wordt mij gevraagd wie ik ben en wat ik heb. Ik voel me erg versuft, maar begrijp dat die vragen een diagnostische reden hebben. Ik beantwoord alles zo adequaat als mogelijk. Een arts komt bij mijn brancard en stelt een hersenaandoening vast. Een ernstige. Ik moet naar de medium care voor opname. Daar val ik in een diepe slaap.

‘The big one’

Als ik 12 uur later weer wakker word, is er bezoek, familie. Maar meer weet ik niet. Ik ben geheel van de kaart. Lezen lukt niet en tv kijken kan ook niet, ik zie alles dubbel. Ik voel geen paniek, maar wel een hevig ongelukkig makend gevoel van “dit is the big one en het is echt goed mis”. Dat blijkt ook wel, als ik ietsje wakkerder word. Links blijkt geheel verlamd. Een ramp!!!! Ik ben invalide! Hoe zal dit gaan? Gelukkig is er mijn familie om een en ander te regelen. Na drie weken slapen en zeuren om drinken (ik heb een slikprobleem en mag alleen dikgemaakte drankjes hebben die nauwelijks de dorst lessen) word ik overgeplaatst naar een eerste opvang waar eindelijk met revalidatie wordt gestart.

Confronterende therapie

Het blijkt een verpleeghuis met revalidatie (dus niet een revalidatiecentrum waar je ook kunt worden verzorgd). Het valt me ongelofelijk zwaar te accepteren wat ik aan fysieke en mentale problemen heb. Ik kan de weg maar niet vinden en vrijwel niets onthouden. Plannen van afspraken is een ramp. Vooral de looptherapie is zeer confronterend. Daar merk ik echt de schade die het infarct me heeft toegebracht. Ik kan haast geen stap meer zetten. Ik zie collega revalidanten strompelen, denk “ach arme” en zie dat ik er zelf ook zo aan toe ben.

Alles uit de therapie halen

Dan, na vier weken, mag ik eindelijk serieus gaan revalideren. Ik heb hier wel veel geleerd, maar het kan beter. Er is plek in De Hoogstraat in Utrecht, een met het UMC samenwerkend, wereldberoemd revalidatiecentrum. Mijn strompelen wordt lopen met een stok. Langzaam maar zeker, begint het echte werk! De revalidanten stimuleren elkaar sterk, er zijn gespreksgroepen voor de broodnodige herkenning, erkenning en verwerking. Ik krijg logopedie, looptherapie, psychologische begeleiding, cognitieve therapie en er zijn ook oefengroepen voor handen en lopen. Het revalideren is lange termijn. Ik zal hier, zo kijkend naar mensen die hetzelfde hebben als ik, wel enkele maanden onder de pannen zijn. Een half jaar ben je kwijt, voordat je alles uit je mogelijkheden hebt gehaald. Hard werken, dus ik ijl me in de rolstoel van therapie naar therapie. Zwemmen, tekenen, praten, lopen... Het gaat maar door. Omdat er kleine vorderingen zijn, kunnen we elkaar op de been houden. Want voor ieder is het mentaal een enorme uitdaging. Revalideren is topsport op meerdere vlakken: mentaal, fysiek en dus ook sociaal. We staan te juichen als iemand onverwacht zwetend, kermend en vloekend de overkant van de gymzaal heeft gehaald. Zo houden we elkaar en onszelf op de been.

Met kleine stappen vooruit

Het sociale is mooi en hartverwarmend, het compenseert enigszins de pijn van het gewone leven zo plotseling te moeten missen. Onze leervorderingen bieden hoop op verbetering en er zijn revalidanten die behoorlijk, maar nooit geheel hersteld weer naar huis kunnen. Vol tranen nemen we afscheid. Pijn en hoop komen samen met alle andere gevoelens in grote tsunami’s. Veel uren hard werken en kleine stappen vooruit, groot lijden en kleine overwinningen: dat is de boodschap.

Jan Pompe 27 mei 2010