Achtergrond van de methode

Filosofie

Ga maar eens terug naar de matriarchale structuren in Afrika, duizenden jaren geleden. De zorg voor kroost, familie of jachtgenoten stond centraal. Acceptatie van de autonomie van het individu en zijn inzet voor het collectief droeg op heel natuurlijke wijze bij aan de rijkdom van de samenleving. Volgens een groot filosoof als Kant is dit ‘zorgen voor’ een onlosmakelijk onderdeel van de menselijke natuur. Nietsche stelt dat de moraal ‘in de aard der Menschen’ zit, Rousseau concludeerde dat het individu van daaruit bereid is een sociaal contract met het collectief aan te gaan.

Dictaat

Kant schrijft bijvoorbeeld: “Verlichting is het uittreden van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft. Onmondigheid is het onvermogen zich van zijn verstand te bedienen zonder de leiding van een ander.” Het opmerkelijke is dat onze huidige Westerse maatschappij weliswaar het ‘liberale’ verlichtingsdenken predikt, maar in de praktijk patriarchaal handelt. In een patriarchale structuur draait alles om de hogere wil, vertegenwoordigd door de leidinggevende die boven partijen staat en een dictaat oplegt. De geschiedenis kent vele patriarchale perioden waarbij de macht in handen was van kerk, kapitaal of al dan niet zelf benoemde regenten. De productiviteit en efficiëntie van de samenleving was doorgaans laag, mensen waren arm. 

Management
Het hedendaagse managementdenken is een kind van zijn tijd. Prestaties van afdelingen worden afgezet tegen de doelstellingen van ‘het management’. Management- en beheersconcepten worden opgelegd door wetenschap en management ‘beliefs’. De notie van de werknemer als autonoom wezen nemen we niet in overweging, anders dan dat een goede manager weet deze te motiveren of te stimuleren om te voldoen aan de functieomschrijving. Of neem het ideaal van de zelfsturende teams. Dat klinkt heel verlicht, maar in de praktijk laten veel managers de verantwoordelijkheid aan de teams om op vooraf bepaalde wijze te voldoen aan ‘top down’ targets van de Raad van Bestuur. Kortom: de vigerende managementmethodes en -concepten worden gehanteerd als ideaalbeeld, of als een sociale verplichting die de leidinggevende aan ‘de onmondige’ oplegt. Bijgevolg werken managers voortdurend met een verstikkende dubbele agenda: Enerzijds targets, visies en idealen, anderzijds de weerbarstige realiteit.

Common Sense Management
Een Common Sense Manager beschikt niet over zo’n agenda. Die agenda wordt namelijk bepaald door het gemeenschappelijke begrip. Deze Common Sense is te benoemen als algemeen bekende, toegankelijke, en toepasbare kennis en bewustzijn die gelijkelijk wordt gedeeld in het voortdurende discours van teams en individuen. In een Common Sense Company worden deze wél mondig. Elk afzonderlijk streven de teams en individuen bijvoorbeeld naar winst, een bepaalde marktpositie, een adequate administratie of een lagere kostprijs. Maar ze kunnen ook efficiënter willen werken of milieubewuster opereren.

Kortom, wanneer ze met elkaar in gesprek treden ontstaan werkprincipes die niet zijn gebaseerd op een dictaat, maar op een managementpropositie. Voor elke organisatie leidt dit tot een uniek, dynamisch contract van samenwerken. De Common Sense Manager hoeft deze Common Sense alleen nog maar te faciliteren en de afspraken te helpen ‘bewaken’.